Advertising: location, location, location

Gepost op

Sinds een aantal jaren zijn de grotere stations uitgerust met LED billboards, geplaatst op strategische plaatsen. Die worden gretig gebruikt door reclamemakers om via bewegende beelden de aandacht te lokken. Doorgaans storen die reclame’s niet echt en af en toe intrigeren ze zelfs.

Op één uitzondering na.

In Gent Sint Pieters hangt er boven de hoofdingang een groot bord in leaderboard formaat. Altijd wordt daar naast producten voor banken ook reclame voor auto’s getoond. Ik denk dat ondertussen zowat alle automerken wel de revue zullen zijn gepasseerd. Nu, ik vind dat het station – symbool bij uitstek voor het openbaar vervoer – de meest foute locatie om (dure) auto’s op een bijzonder in het oog springende wijze aan te prijzen.

Het is een beetje alsof je in de Delhaize aan de kassa’s reclameborden plaatst met spotjes die gelijkaardige producten van de Albert Heijn aanprijzen. Niet echt geloofwaardig dus.

Wat ik me dan afvraag is of men bij de NMBS/Infrabel daar niet af en toe vragen over krijgt. Laat staan zelfs maar bewust is van wat er op die borden allemaal niet wordt aangeprezen.

De Mol

Gepost op

Hm. Wie is de Mol? Als ik dan toch een gok zou wagen na twee afleveringen:

  1. Issabel
  2. Bruno
  3. Gilles
  4. Manuella
  5. Stijn
  6. Cathy
  7. Hanne
  8. Thibaud

Ik denk dat de kunst van het mollenwerk erin bestaat om het er ook niet al te vingerdik erop te leggen. Issabel lijkt me na twee afleveringen een goeie mol: springt niet te fel in het oog, maakt zich niet al te verdacht, draait toch goed mee in de groep. En ik gok erop dat ze leep genoeg is om haar kans te grijpen wanneer de opportuniteit zich voor doet: zoals bij dat weg stemmen van Ruth. Om diezelfde reden is Bruno voor mij de runner-up.

Cathy en Thibaud zet ik nu lager. De eerste omdat ze als een ongeleid project over komt, de andere omdat hij moeilijk te schatten is. In beide gevallen kan het natuurlijk bewuste strategie zijn, maar dat moet dan nog blijken. Marc zei “om de twee dagen wordt er iemand weg gestemd.” Dat zou betekenen dat we na twee afleveringen nog maar goed vier dagen ver zijn. Dat het spel dus drie weken duurt.  Hoe lang kan je bewust de boog gespannen houden om de verdenking op jou te laten rusten en zo je tegenspelers zich te laten kannibaliseren?

De spannink!

Verkouden: deel 2

Gepost op

Vrijdag. Een lange werkweek met veel vergaderingen bijna achter de rug. Tegen het einde van de middag was het vaatje leeg. Geen energie, geen fut. Tegen de avond was het van dat: verkouden met alle toeters en bellen (pun intended).

Gisteren voornamelijk doorgebracht in de canapé. Veel hoesten, krochten en koppijn. Wisselen tussen een filmpje op Netflix en dutten. Op het programma stond er nieuwjaren met de schoonfamilie. Daar moest ik jammer genoeg voor passen.

Ondertussen een goeie nachtrust gehad. Vandaag gaat het terug stukken beter.

Dat was de tweede keer in nauwelijks een maand tijd, dat ik in de lappenmand verzeilde. Als ik het weerbericht zo lees, blijft het de komende week nog koud, nat en killig. Ik zal blij zijn wanneer het eindelijk terug keert. De lichamelijke weerstand snakt naar wat zon om terug op de plooi te komen.

Planeet Poltergeist

Gepost op

De meeste hemelobjecten dragen nogal saaie namen. In het geval van exoplaneten is dat dan de naam van de ster waar ze om heen draaien en een volgletter. 18 Delphini, dat klinkt toch niet echt. Musica daarentegen, dat zegt al iets meer. De IAU heeft een publieke stemming georganiseerd over namen voor 14 sterren en 31 exoplaneten. 537.000 stemmen liepen er binnen. Hier vind je het resultaat.

Met Poltergeist, Lich, Draugr en Phobetor vind ik het stelsel PSRB1257-12 nog het meest tot de verbeelding spreken.

The winning names were those submitted by the Planetarium Südtirol Alto Adige in Karneid, Italy. Lich is a fictionalundead creature known for controlling other undead creatures with magic; Draugr refers to undead creatures in Norse mythology; Poltergeist is a name for supernatural beings that create physical disturbances, from the German for “noisy ghost”, and Phobetor is the deity of nightmares in greek mythology.[9]

2.300 lichtjaar ver. Da’s gelijk niet zo ver als het Restaurant Aan Het Einde Van Het Universum.

Dit is een aside of terzijde. Ik had deze aparte categorie voor kleinere gedachten hier ooit eens voorzien. Nooit echt vaak gebruikt want tegelijk was er opeens Twitter/Facebook. Eens opnieuw mee experimenteren, me dunkt. (0)

Van silo naar solo

Gepost op

Ik gaf het al aan op het einde van december: mijn blog verdient wat meer liefde. Maar waarom zou ik terug meer moeten of willen bloggen? Waarom net nu?

Het antwoord moet je zoeken in de sociale media. Die hebben in de laatste vijf jaar grote happen genomen uit mijn blog. De trivialiteiten die vroeger hier verschenen, transformeerden al snel naar vluchtige status updates, likes en shares op Facebook.  Waarom? Omdat het gewoon makkelijk was en is om via die weg een filmpje of een korte gedachte te delen met je vrienden.

Maar zo’n platformen zijn gesloten silo’s. En dat brengt nogal wat nadelen met zich mee. Ten eerste geef je met elke share of update Facebook de pap in de mond om jouw persoontje te analyseren. Ten tweede is jouw gepubliceerde content doorgaans slechts zeer beperkt toegankelijk: de zichtbaarheid van wat je deelt blijft doorgaans beperkt tot je vriendenkring. Ten derde is je profielpagina feitelijk visuele eenheidsworst: je kan hooguit wat morrelen met profielfoto’s, maar je hebt geen volledige controle over de presentatie van je profiel.

**

Net zoals zovelen heb ook ik in de afgelopen jaren een wat moeilijke relatie met Facebook gehad. Met het positieve kwam ook het negatieve: Always on, constant op ‘refresh’ duwen, de instant gratification van de like of de notification, het leven van anderen door de gefilterde bril van een feed zien,… Het deed mij meer kwaad dan goed.

In het verleden heb ik een aantal keer op de pauze knop geduwd: even een paar weken of maanden uitloggen uit de sociale media. Met succes want zo vond ik de broodnodige rust en ruimte terug in mijn hoofd.

Uiteindelijk heb ik vandaag geen Facebook of Messenger app op mijn smartphone en iPad meer geïnstalleerd. Het leven is beter zonder schreeuwerige apps die om mijn aandacht vragen.

**

We vergeten nogal snel hoe het web au fond altijd heeft gewerkt: het is een globaal netwerk van computers die met elkaar communiceren en op verzoek informatie uitwisselen. Een webserver waar jij je schrijfsels, video’s, foto’s,… op plaatst is niets meer dan een computer die permanent aan staat, aangesloten is op het internet en je mobieltje, MacBook of iPad mee communiceert.  Wil je iets op het web publiceren, dan zijn er twee manieren om dat te doen: ofwel zorg je zelf voor een computer die altijd bereikbaar is, ofwel laat je de hele technische kwestie over aan iemand anders.  Wanneer je iemand hoort orakelen over “The Cloud“, dan heeft ie dat over het laatste.

De verdienste van zo’n cloud platformen is dat ze de drempel om online je gedacht te kunnen zeggen, zeer laag hebben gelegd. Je hebt nauwelijks technische kennis nodig en je betaalt geen cent om op sociale media löss te kunnen gaan. Natuurlijk, There is no such thing as a free lunch: Je betaalt Google of Facebook door de controle over de toegang tot je content, je aandacht en je privacy grotendeels aan hen over te dragen.

Wat is het alternatief? Terug naar het Open Web! In plaats van te betrouwen op externe platformen: zelf de technische zijde regelen. Die strategie volg ik bijna anderhalf decennium met dit blogje. Ik lease bij Linode een webserver. Ik betaal daar maandelijks 25$ voor (dat lijkt veel, maar dit is niet de enige website die op die server staat). De configuratie en het up-to-date houden van de software doe ik helemaal zelf. De domeinnaam kost mij jaarlijks nog een tientje. Zo behoud ik de volledige vrijheid over wat ik online zet, in welke vorm en wie er toegang toe heeft.

IndieWebCamp vind ik in die context dan ook een mooie beweging. Zij bouwen onder andere tools die de rollen net omdraaien: je publiceert op je eigen domein/site, maar je content wordt automatisch geaggregeerd naar sociale media en andere platformen en vice versa.  Dat idee noemt crossposting: een gedachte wordt op verschillende kanalen gepubliceerd. Maar de canonieke versie staat wel op deze plaats.

Uiteindelijk is het hele idee niet nieuw: anderen schreven hier reeds ook zinnige gedachten over. Via Dries belandde ik op dit mooie stukje van oerblogger Dave Winer. Hij maakt terecht deze opmerking:

I made a mistake when I changed the format of Scripting News. Before Twitter, I had lots of short items. Here’s an example from 2006. I wrote as much as there was to say and no more. That’s how blogging should work.

Inderdaad, anno 2008 schreef ik in een stijl die enigszins doet denken aan Winers’ verwijzing naar de Dogma 2000 principes. Net zoals Winer heb ik de fout gemaakt om de korte gedachten gaandeweg te knippen waardoor het hier wat kwam te verwateren.

Een artikel van vorig jaar dat nog lang is blijven kleven in mijn achterhoofd, is The Web We Have to Save van de Iraanse blogger Hossein Derakhshan.  Hij werd omwille van zijn online publicaties in de cel gegooid en heeft de transitie naar sociale media niet actief meegemaakt. Toen hij vrij kwam, ontdekte hij hoe het web is getransformeerd. Hij omschrijft die evolutie zo:

Sometimes I think maybe I’m becoming too strict as I age. Maybe this is all a natural evolution of a technology. But I can’t close my eyes to what’s happening: A loss of intellectual power and diversity, and on the great potentials it could have for our troubled time. In the past, the web was powerful and serious enough to land me in jail. Today it feels like little more than entertainment. So much that even Iran doesn’t take some — Instagram, for instance — serious enough to block.

Genoeg redenen dus om hier terug wat meer te publiceren. Uiteindelijk ben ik hier chez moi.

Snowboarding with the NYPD

Gepost op

Ik volg elke dag getrouw de wederwaardigheden van Casey Neistat. Hij was al enkele dagen aan het voorbereiden en plannen voor de komst van winterstorm Jonas. ‘t Is dat hij in 2014 al eens een filmpje maakte van zichzelf op een snowboard in hartje NYC.

Natuurlijk moest dat keihard overtroffen worden. Met succes:

Voor wie wil weten wat de agenten op het einde mompelden:

A-yup!

The Crown

Gepost op

Oh boy! Dingen om naar uit te kijken op Netflix:

Yes, ma’m!

Een beetje ziekjes

Gepost op

We zijn half januari. Twee weken na de feesten en je mag er veilig van uit gaan dat ik een griepachtig ding zou gaan krijgen. Gisteren was het van dattum: de hele dag voor pampus in bed/zetel gelegen en een huisbezoek van de dokter om de diagnose te bevestigen. Vannacht het klokje rond geslapen. Vandaag voel ik een stuk minder mottig, maar het bleef toch bij zetel hangen.

Gelukkig staat Black Sails op Netflix.

Harr!

Spookwandelen in Antwerpen

Gepost op

Gisteren waren we een dagje in Antwerpen voor de verjaardag van mijn schoonzus. Ze had een mooi programma voor ons uitgestippeld. Zo mooi dat ik de avond graag even met u deel, mocht u zin hebben om het eens dunnetjes over te doen.

  • Aperitief bij haar thuis (U zoekt uiteraard zelf een locatie en brengt, desgevallend, eigen drank mee)
  • Ellis Gourmet Burger op de Aldegondiskaai (tegenover het MAS). Ik nam een gewone Classic Gourmet Burger, maar andere zoals de Ellis Special Bacon worden warm aanbevolen.
  • Een bezoekje aan het MAS. Bekentenis: ik was nog niet op het panoramisch dak geweest. Prachtig om Antwerpen by night eens te zien!
  • Een Antwerpse Spookwandeling.  We vervoegden een groep van 20 deelnemers aan het Steen en trokken met een verhalenverteller de binnenstad in. Heel leuke wandeling van een flink uur-en-een-half. 10/10 would recommend!
  • We eindigden met een drankje in Bar Deco.

‘t Was fijn om nog eens in’t Stad te mogen zijn!

Gepost in Life | Comments Off on Spookwandelen in Antwerpen

Merkwaardige links: week 1

Gepost op

Zeven seizoenen zijn er ondertussen al van: Comedians In Cars, Getting Coffee. Geen idee hoe ik dat heb kunnen missen. De laatste episode is een must-see: Jerry Seinfeld bezoekt Barack Obama.

Het jaar beginnen doen we met het Online Trendrapport 2016 van Wijs. Maar liefst 160 bladzijden over mens en digitaal.  Alleen voor trendwatchers en marketeers? Zeker niet. Aanrader als je even wil spieken in de nabije toekomst.

TIL in 2015 deed Tom Hanks mee in I Really Like You van Carly Rae Jespen. Lipsync begot! Hashtag #upbeat.

Linus Tech Tips volg ik sinds dit voorjaar. Hij realiseerde dit waanzinnige project: 7 Gamers, 1 CPU – Ultimate Virtualized Gaming Build Log.

Joshua Kunst vroeg het zich af: What do we ask on Stack Overflow? Het resultaat is gewroet in data en statistieken met R en inzichten over de populariteit van technologieën.

We gaan nog wat geduld moeten oefenen: GRRM heeft The Winds of Winter nog lang niet af. Vinden we dat spijtig? Om het met de gevleugelde woorden van Neil Gaiman te zeggen: GRRM is not my bitch. Gewoon afwachten en ondertussen genieten, misschien zelfs herlezen, van wat reeds verschenen is.

2016: nieuwe start, lege inbox? Bankroet uitroepen is een bijzonder radicale start van het jaar. Dan is deze tip een ideaal compromis om het nieuwe jaar in te zetten en de Augiasstal uit te mesten.

Ik kocht een uurwerk

Gepost op

Het is van mijn studententijd geleden dat ik nog eens een horloge droeg. Toen was dat zo’n digitale, quartz gevalletje met plastic bandjes. Je weet wel, van die “water resistant” uurwerken die de geest gaven na een onfortuinlijke duik in een zomers zwembad, of een fietsrit door een fikse regenbui. Met de komst van digital devices leek me een horloge helemaal niet meer zo nodig. Dus stopte ik met horloges te dragen.

Een paar maanden terug begon het toch weer te kriebelen. Op Kickstarter kwam ik toevallig Helgray tegen. Mooie horloges, maar de meningen op het web bleken nogal verdeeld, dus ik hield de knip op de buidel. Het idee om te kiezen voor een automatisch, analoog horloge liet me niet los. En dus besloot ik om mij te verdiepen in de wondere wereld van de horlogerie.

Na flink wat verkennen, lezen, weifelen en twijfelen, heb ik uiteindelijk gekozen voor een Laco Aachen. Besteld op kerstdag, keurig geleverd een vijftal dagen later door Fedex.

Hier is ie rond mijn pols:

Laco Aachen

Waarom koos ik voor dit horloge?

Een horloge draag je niet alleen om te weten hoe laat het is: het is ook een accessoire waar je iets mee over jezelf zegt. Horloges heb je dan ook in alle soorten en maten: elegante voor sociale gelegenheden, stevige kasten om mee te sporten of extravagante om je te laten zien. De Aachen valt in de klasse van de Flieger of Pilotenuurwerken. Het zijn uurwerken die tot de verbeelding spreken: met hun zwarte wijzerplaat en witte wijzers keren ze terug naar de uurwerken die ontdekkingsreizigers en vliegeniers uit de eerste helft van de vorige eeuw droegen.

Een flink aantal modellen viel meteen af: horloges blijken nogal prijzige dingen te zijn. Ik wilde wel iets investeren, maar liefst zonder overdrijven. Laco biedt een best wel betaalbaar gamma.

Laco is een naam met geschiedenis. Het is een Duits bedrijf dat in 1925 werd gestart. In 1935, in volle aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, schreef het Reichs-Luftfahrtministerium een aanbesteding uit voor het leveren van een uurwerk voor de piloten van de Luftwaffe: de Beobachtingsuhr of B-Uhr.  De opdracht werd gegund aan een klein aantal leveranciers waaronder Laco. Na de oorlog bleef Laco actief. Anno 2000 keerden ze terug naar het ontwerp van de B-Uhr.  Naast exacte replica’s ontwikkelden ze een hele lijn gebaseerd op het oorspronkelijke ontwerp. Mijn uurwerk is daar dus een afstammeling van.

De Aachen is geen exacte replica: de wijzers zijn bijvoorbeeld geen blauw staal en op de wijzerplaat staat er “made in Germany”.  Het buitenwerk is Duits maar de beweging is Japans: een degelijke Miyota 821. Het zijn die verschillen die de prijs maken, but hey, het is dan ook een instapmodel.

Ondertussen draag ik mijn uurwerk een kleine week. Hoe bevalt het mij?

Wel, het 42mm x 12mm tonnetje metaal zit comfortabeler om mijn pols dan ik had verwacht. De leren bandjes ben ik verrassend snel gewoon geworden. In het begin was in het begin even zoeken naar hoe ik het moest opwinden en juist zetten. Het is natuurlijk geen atoomklok, maar tot nu toe blijft hij vrij correct lopen.

De B-Uhr blinkt uit in eenvoud. Het doet slechts één ding: uren, minuten en seconden bijhouden. Het complete gebrek aan toeters en bellen vind ik een verademing. En een geweldig statement in deze tijden waar toestellen en interfaces digitaliseren en steeds meer functies krijgen.

Heb je tips waar ik online meer info kan vinden? Natuurlijk!

  • Worn and Wound is een blog bijgehouden door enthousiastelingen Zach Weiss en Blake Malin.
  • Watchuseek is een grotere review site. Vooral hun fora zijn een goudmijn.
  • Last but not least: /r/watches op Reddit.

Laat ook niet na om eens binnen te stappen in de betere horlogewinkel. Een uurwerk online bestellen houdt ook een risico in: een panne betekent onvermijdelijk het kleinnood terug naar de fabrikant sturen en hopen dat ze die willen/kunnen herstellen. Maar laat dat u niet tegen houden: de kans is groot dat een horlogeverkoper uiteindelijk net hetzelfde zal doen.

Zo, en nu ga ik nog wat genieten van mijn nieuwe aanwinst.

Gepost in Life | Comments Off on Ik kocht een uurwerk

Ik deed mee aan #Hacktoberfest

Gepost op

Ik deed vorig jaar mee aan Hacktoberfest. DigitalOcean en Github motiveren dan een maand lang ontwikkelaars en enthousiastelingen om aan open source projecten mee te werken. Als je in oktober 4 bijdragen leverde aan projecten op Github, dan krijg je een gratis t-shirt en wat swag toegestuurd.

Of je beginner of ervaren rot bent: dat doet er niet toe. Iedereen kan mee doen. Enige voorwaarde is dat je met Git leert werken.

Het mooie aan Hacktoberfest is dat het een kans is om eens uit je comfortzone te stappen. Je leert andere projecten, nieuwe programmeertalen, frameworks en mensen kennen.

In ieder geval, het heeft even geduurd: maar vandaag arriveerde mijn shirt uit Tukwila, Washington (blijkbaar ligt dat vlak bij Seattle).

Volgend jaar opnieuw? Volgend jaar opnieuw!

Gepost in Techtalk | Comments Off on Ik deed mee aan #Hacktoberfest

15/16

Gepost op

Wat een jaar, zeg! Ik heb niet stil gezeten in 2015, een greep uit de highlights:

  • Ik ben data conservator geworden voor de Vlaamse Kunstcollectie. Bevalt het me? Zeer zeker! De digital humanities zijn een zeer interessant werkveld. Ik ben nog maar een jaar aan de slag en Rome werd ook niet op een dag gebouwd.
  • Sukkelde ik op 31 december 2014 met een kapotte schouder, klim ik een jaar later terug quasi pijnloos. Het was een jaar fysiek en mentaal afzien, maar me laten opereren is duidelijk de juiste beslissing gebleken.
  • Hoewel ik niet meer voltijds programmeer, was het een jaar waar ik meer dan ooit nieuwe dingen leerde en door zette in eigen projecten. Ik bouwde een software bibliotheek voor Europeana, ik werkte mee aan de dit project, ik dook dieper in Javascript en bouwde onder andere Spotter, ik bouwde een app voor mezelf in Laravel, ik leerde bij over (de)serialization, REST, API’s en nog zoveel meer.
  • Ik las heel wat boeken: geen massa, wel een fijne selectie. The Martian, Ready Player One en na Conn Igguldens’ Emperor reeks zit ik halfweg zijn War of the Roses. De Kindle Paperwhite die ik in 2014 kocht, is een geweldige aanschaf gebleken.
  • In juli trok ik naar voor het eerst naar Mainsquare in Arras waar we genoten van Muse. In oktober zagen we dan weer Editors in een gevuld Paleis 12.

En 2016?

Mijn schouder (her)leerde me twee belangrijke lessen.

De eerste: breek geen series. Het is maar door zo regelmatig mogelijk te beginnen oefenen dat ik terug kan klimmen. Dat oefenen gaat natuurlijk met goede en slechte dagen, maar dat doet er niet toe zolang ik zo consistent mogelijk kan blijven. Dezelfde les ben ik in de zomer ook beginnen toepassen op programmeren: elke morgen werk ik op de trein aan een stuk code. Die manier van werken, no matter what, heeft een naam: de Seinfeld Strategy, naar Jerry Seinfeld.

De tweede les: focus. In het voorjaar moest ik even alles op halt zetten om aan mijn eigen lijf te werken. Zo’n time out betekende keuzes maken en plannen in de koelkast plaatsen. En eigenlijk bleek dat allemaal zo erg nog niet. Er zijn maar zoveel uren in een dag. Het komt er op aan wat je met die tijd doet. DHH schreef daar een mooie blogpost over. Bovenal benadrukt hij dat er zelfs dan dagen zullen zijn dat je totaal onproductief bent, en eigenlijk is dat zo erg niet want iedereen heeft dat. Het is kwestie om daar gewoon niet te lang bij stil te staan.

Met die twee wijze lessen wil ik 2016 van start gaan.

Als ik dan toch één doelstelling wil voorop stellen, dan deze: mijn blog een reboot geven. Even in de databank duiken en het publicatie volume van de voorbije vijf jaar in een beknopte statistiek gooien:

(2010) 53 posts, (2011) 139 posts, (2012) 67 posts, (2013) 45 posts, (2014) 24 posts, (2015) 20 posts.

Tijd dus om terug wat meer te schrijven. Fuck het idee dat blogs dood zouden zijn. Als ik niet voor een ander schrijf, dan in de eerste plaats voor mezelf. Om te schaven aan mijn eigen schrijfkunst. Omdat alle profielen op sociale media platformen ten spijt, mijn on line identiteit uiteindelijk hier ligt. Omdat dit mijn langst lopende, persoonlijke project is.

In ieder geval, met dat voornemen, wil ik er vooral een rijk 2016 van maken en de rest nemen zoals het komt.

Terug in de klimgordel

Gepost op

Volgens mijn Swarm heb ik een streak van 4 weken in de klimzaal. Dat kan maar één ding betekenen: jawel, ik ben terug actief aan het klimmen. De schouder is voldoende hersteld.  Eigenlijk stak ik in september reeds de spreekwoordelijke teen in het water.  Op zaterdag- of zondagvoormiddag klimt er nauwelijks iemand: ik trok er dan alleen op uit om voorzichtig te oefenen.

Als je een jaar niet hebt geklommen, dan moet je terug van nul beginnen. Je kan niet zomaar de wand bestormen. De kinesist heeft me dagelijkse oefeningen opgelegd om mijn schouders aan te sterken, maar een uur traversé is toch nog steeds andere koek. Die eerste keer klimmen was dus een pijnlijke confrontatie.

Begin november ben ik terug begonnen met top rope.  Tussen traversé en top rope is er nog eens een wereld van verschil.  Die eerste klimsessie moest ik echt vechten om routes van laag niveau uit te klimmen. Na 45 minuten hield ik het toen voor bekeken. Maar content dat ik was om terug een klimgordel te mogen dragen!

Ondertussen zijn we een maand verder. Ik klim nog steeds niets boven niveau 5a.  Ik mag trouwens ook nog steeds niet meer dan één keer per week klimmen. Mijn schouder laat duidelijk weten wanneer ik in het rood ga. Maar ik merk wel de sprongen die mijn lijf maakt qua conditie.  Klimmen is trouwens niet alleen conditie, maar ook techniek: hoe kan je met een minimum aan bewegingen en energie, een stuk overbruggen? Dat ben ik niet verleerd: het verbaast me hoe snel ik op de wand terug val op oude reflexen zoals klimmen op de benen.  Wat ik wel mis is zelfvertrouwen op bepaalde bewegingen. Bijvoorbeeld  wanneer ik me mijn linkervoet op een crimp moet opduwen, terwijl ik mijn gewicht steun op mijn rechterhand en doorgrijp met links: als ik weg glijd, dan valt mijn volle gewicht op mijn rechterschouder. Eén keer meegemaakt: niet voor herhaling vatbaar.

Nu, het vraagt allemaal wel flink wat inspanning en motivatie.

‘s Morgens vroeg oefeningen te doen? Yup. Pijnlijk? Hell yes! ‘s Avonds ook mezelf motiveren om oefeningen te doen? Check. De dag beginnen om 7h ‘s morgens bij de kinesist? Doing that. De boodschap van de dokter was dan ook vrij duidelijk: zolang ik actief wil sporten, moet ik dagelijks blijven oefenen.

No pain, no gain en al.

Gepost in Life | Comments Off on Terug in de klimgordel

Kijkt gij nog veel TV eigenlijk?

Gepost op

TV is passé. Hing ik vroeger een ganse avond voor de buis, dan komt het tegenwoordig zelfs niet bij mij op om mij het bakje toe te eigenen en doelloos te zappen. Wat is er dan veranderd? Wel, ik woon niet meer alleen, for starters. Belangrijker is dat online streaming hier sinds jaar en dag serieus zijn intrede heeft gedaan. Blijkt dat het aanbod van video op hoge kwaliteit zoveel rijker is, vergeleken met wat televisie vandaag biedt. En door dat het multichannel gebeurt, kan je gelijk wanneer op gelijk welke locatie kijken naar wat je maar wil. Ik vind dat dus prachtig.

‘s Avonds nestel ik mij met iPad of laptop en mijn Urbanears Plattan in de Poäng. Zappen is voor mij kiezen tussen Netflix of YouTube. De eerste is een no-brainer, maar de laatste is voor velen een minder evidente keuze.

YouTube bevat miljoenen video’s. Het overgrote deel is pure rommel, maar er zit ook heel wat met zorg samengesteld materiaal tussen. YouTube laat videomakers toe om een kanalen te maken. Dat zijn pagina’s waar je je video’s kan onderbrengen. Bezoekers van de site of gebruikers van de YouTube app kunnen zich inschrijven op kanalen. Zodra er een nieuwe filmpje wordt gepubliceerd, komt dat dan in hun gecureerde lijst van kanalen waar men op is geabonneerd.

Succesvolle videomakers bereiken in extreme gevallen zo miljoenen abonnees. Op dat punt hebben ze hun gewone job ingeruild om voltijds filmpjes te maken. In ruil krijgen ze van YouTube een deel uit de reclame inkomsten.

Stel dus dat je geïnteresseerd bent om eens een weekje te vullen met YouTube in plaats van televisie, hoe begin je daar dan aan?

  1. Eerst en vooral: zorg dat je een Google account hebt.  Heb je een gmail mailadres? Dan heb je een google account.
  2. Surf dan naar de YouTube site en klik op “sign in” om in te loggen.
  3. Onder elk filmpje staat een knop “subscribe”.  Vind je filmpjes van eenzelfde videomaker leuk, dan klik je op die knop om jezelf te abonneren op zijn/haar kanaal.
  4. Op de startpagina van YouTube staan er bovenaan twee grote knoppen, “Home” en “Subscriptions”. Klik je op die laatste, dan krijg je een lijstje met de meest recente video’s die in jouw geabonneerde kanalen werd gepubliceerd.

Homepagina Youtube

 

**

Op welke kanalen ben ik zoal geabonneerd? Wel, without further ado, een greep uit mijn abonnementen:

Casey Neistat is een entrepreneur – bekijk zeker eens Beme – en bekende online vlogger (video blogger) uit New York. Hij heeft zijn hart verloren aan de stad. Vanop zijn skateboard filmt hij zijn dagelijkse leven op eigen, hippe wijze.

Destin van Smarter Every Day is een nieuwsgierige ingenieur. Hij gaat op zoek naar wetenschappelijke antwoorden op gekke vragen en natuurverschijnselen en doet dat op zeer enthousiaste wijze.

De Slo Mo Guys zijn twee gekke Britten en een camera die kan filmen met een hoge framerate. Van ontploffende molotovcocktails tot gelei aan gort slaan met een tennisracket: ze filmen het allemaal in slow motion.

Mehdi van ElectroBOOM maakt geen onderscheid tussen bloopers en een gelukte opname. Zijn avonturen met elektriciteit eindigen doorgaans met vuurwerk, een brandplek of een kapotte telefoon. Maar op slinkse wijze leert hij je wel hoe elektriciteit werkt en waar je voor moet opletten.

The Geekgroup aangevoerd door Captain Chris Boden is een onafhankelijke bende nerds, geeks en een grote loods volgestouwd met hardware. Ze runnen The Geekgroup makerlab of fablab. Denk 3D printers, elektronica, CNC machines en nog zoveel meer. Een must voor elke DIY maker.

Fan van humor? Dan is Enter The Dojo Show misschien wel je ding. Persiflage in ware The Office stijl op de McDojo gevechtsportclubs in de States.

Mythbusters Jamie Hyneman en Adam Savage vloggen met hun crew op Tested. Hun video’s zijn eerder panelgesprekken, interviews maar ook rapportage over de projecten lopende in Savage’s legendarische workshop of productreviews van allerlei geeky gadgets.

Voor de gamers onder ons is Steven Williams aka Boogie2988 gewoonweg gefundenes fressen. De man en zijn alter ego Francis geven uitgebreid hun ongezouten commentaar op de gaming markt, de grote publishers van games en nog zoveel meer.

Geïnteresseerd in chemische reacties? Dan is Periodic Videos je goto kanaal. Professor Sir Martyn Poliakoff heeft het hele chemie departement van de University of Nottingham met succes op YouTube gekregen. Droge materie? Niet zoals zij elementen in beeld kunnen brengen.

Vsauce is een klassieker. Michael beschouwd reeds jaren de meest mindblowing vragen. Wanneer hebben we alle namen “opgebruikt”? Wat gebeurt er met de koplampen van je wagen als je aan lichtsnelheid zou rijden? Is jouw “rood” hetzelfde als mijn “rood”?

**

Ik ben nog op veel meer geabonneerd naast opgesomde kanalen. Aangevuld met Netflix staat er zo altijd wel een paar uurtjes gecureerde video content klaar.  YouTube zelf zal gelijkaardige filmpjes van andere kanalen aanbieden op basis van je abonnementen.  Op die manier blijf je niet hangen bij dezelfde kanalen maar loop je meer kans op nieuwe kanalen te landen die minstens zo interessant zijn.

Als ik  TV kijk, dan zal ik nog eerder via de Chromecast video streamen dan dat ik de digicorder aanzet om naar het reguliere aanbod te kijken.

De afsluitende gedachte is dat ik eerlijk gezegd ook niet zo snel terug zou willen keren naar een TV aanbod dat door zenders en verdelers wordt geprogrammeerd. Die media staan nu eenmaal onder druk en dat voel ik ook wel als ik dan toch eens TV kijk: men blijft plakken bij veilige formats en bekende koppen die goed liggen bij het grote publiek. TV voelt zo eerder steriel en gemaakt dan echt authentiek aan. Het staat toch allemaal in schril contrast met de durf waarmee videomakers op YouTube de grenzen van het medium elke keer opnieuw op zoeken.

Gepost in Blog | Comments Off on Kijkt gij nog veel TV eigenlijk?

Ready Player One

Gepost op
readplayerone

De toekomst wordt nog een interessante kwestie. Volgens Ernest Cline is het anno 2045 zo’n beetje game over met de mensheid. We hebben de aarde uitgeput en onze beschaving is vervallen in een semi-chaotisch dystopia. Hoewel, game over is misschien wat kort door de bocht: voor een bescheiden prijs kan je via je persoonlijke virtuele bril binnen stappen in de OASIS: het virtuele utopia waar iedereen zich zowat heeft terug getrokken. Zie het als een soort kruising tussen World of Warcraft, Second Life en nog wat games: een virtuele wereld waar alles mogelijk is. Zolang je natuurlijk de nodige credits op kan hoesten.

Wade Watts is een tiener zonder echte familie of banden die zijn leven – tot school lopen toe – slijt in OASIS. Het verhaal begint met het overlijden van de maker van OASIS. In zijn online testament maakt hij bekend dat er ‘easter egg’ in het spel verborgen zit. Wie de raadsels kan oplossen en de het Ei vindt, wordt zijn erfgenaam. En zo barst een race los tussen de meest uiteenlopende karakters en facties in OASIS…

Ready Player One is een boek voor gamers en geeks. Laat dat meteen duidelijk zijn: het hele boek steekt vol met verwijzingen naar elementen uit de pop- en gamecultuur van de jaren ’80, ’90 en ’00. Soms bekroop me het gevoel om paragrafen over te slaan omwille van de name dropping. Gelukkig wordt het nooit echt gortig en keert Cline tijdig terug naar de verhaallijn. En die verhaallijn is vrij rijk: er zijn een aantal parallelle verhaalbogen die afwisselend aan bod komen zodat het boek nooit gaat vervelen. Het mooie aan een futuristische wereld zoals OASIS is dat Cline er alle kanten mee uit kan gaan, en die mogelijkheden heeft hij ten volle benut.

Cline heeft een vlotte, lichte schrijfstijl. In het engels leest Ready Player One als een trein. Verwacht geen verheven literair werk, maar wel een spannend en vlot geschreven boek.

Aanrader? Zeker voor wie veel computergames heeft gespeeld of nog speelt en voor zie die graag eens een toegankelijke, spannende scifi lezen.

Gepost in Blog | Comments Off on Ready Player One

Al Italia

Gepost op

Toscane is altijd schoon. Vorig jaar was het fantastisch en dus zijn twee dagen auto heen en twee dagen auto terug, geen grote hinderpaal. Zeker niet als je voorzien bent van de luisterverhalen van het Geluidshuis, muziek, een paar zakken koeken en voldoende drank en een draagbare DVD speler om het publiek op de achterbank goed geluimd te houden.

We hadden met het vliegtuig op Firenze kunnen vliegen. Dan ben je er in twee uur of zo. Maar met de wagen doorkruis je het mooie Franse landschap, de imposante Alpen en Zwitserland en zak je via Milaan en Emilia Romagna af richting Toscane. Zoals zovelen verblijven we een nachtje in Mulhouse, op een half uurtje van Basel. Dat maakt het verhapstukken van de afstand toch wel aangenamer. Maar elke kilometer brengt ontegenzeggelijk de zon dichter bij en zodra je de San Gottardo door bent, is er geen ontkennen meer aan: dit is Zuid-Europa.

We verblijven in de streek rond Poggibonsi, een stad gelegen tussen Siena en Firenze en redelijk centraal in Toscane.  Poggi is qua omvang iets kleiner dan Brugge, met een klein stadscentrum. Maar je vindt er wel alles terug. Er is een winkelstraat die nog niet al te erg is over genomen door de grote ketens en je vindt er in alle hoeken trattoria’s, gellateria’s en osteria’s. Buiten de stad vind je de iets grotere winkels. Met twee bezoekjes aan de Pam Superstore om boodschappen spring je al een heel eind ver.

Je zou denken dat je met de auto dan makkelijk overal naartoe kan, maar vergis je niet: de regionale tweevakswegen en de ontelbare kronkelbaantjes door de heuvels maken van elke uitstap een ware odyssee. Wat op de kaart dichtbij lijkt, is in werkelijkheid een uurtje rijden. Gelukkig is er het schilderachtige landschap die van elke roadtrip een waar plezier maakt.

Toscane in de zomer, da’s warmte. Alleen was het er dit jaar wel heel erg warm. Volgens onze italiaanse gastheer was de vorige zomer met zijn onweders niet zo fantastisch, maar de hittegolf met dagtemperaturen rond 40 graden was toch ook niet van de poes. Overdag bleven we in onze agriturismo gewoon aan of in het zwembad hangen met een goed boek. Meer hoefde dat eigenlijk niet te zijn om de batterijen op te laden.

‘s Avonds trokken we dan op verkenning in de wijngaarden en de boomgaarden. Toscane, da’s een en al groen en natuur. Zelfs in het putje van de zomer is het er niet zo dor als je zou vermoeden. En het zit er vol met beesten. Een paar herten gespot – en gefotografeerd -, slangenhuid gevonden, lichtwormpjes, hagedissen,… Als je een beetje je ogen open houdt, dan zie je heel wat. Zeker bij valavond. En zodra de zon helemaal onder horizon was, ging het richting Poggi centrum om een ijsje. De hele stad komt in het donker terug tot leven. Pleinen en straten lopen vol en winkels gaan open: het leven herneemt als de ergste hitte wat geweken is.

En dus bleef het aantal uitstappen dit jaar eerder beperkt: Certaldo Alto, Colle di Val D’Elsa, San Barberino.  Eén avond trokken we uit voor Siena. Prachtige stad, zeer toeristisch (uiteraard) maar geweldig gezellig. Niets zo fijn als op de Campo een gelatto te lekken in de nachtelijke koelte. Vorig jaar hadden we Firenze bezocht, maar eerlijk gezegd viel me dat toen eerder tegen. Veel drukte, platgelopen toeristische paden, chaos aan en in het Uffizi en een stuk grootstedelijker dan Siena. Dus lieten we Firenze dit jaar voor wat het was.

Opnieuw vroegen we ons af of we ons niet eens aan cursus Italiaans zouden moeten wachten. Met dank aan Google Translate: Posse chiudere una bottiglia di vino rosso? Nuttige kennis als je appartement gelegen is naast de citernes in de wijnmakerij.

Een paar weken voor vertrek bleek dat we een nacht langer in Italië zouden verblijven door een miscommunicatie. Maar waar? En dus besloten we in drie etappes terug naar huis te keren met een verlijf in Parma dat op onze weg lag. Het was een mooie afsluiter voor onze reis.  Ons hotel lag vlak aan het statige Parco Ducale met het hertogelijke paleis van de Farneses.  De brug over en je bent meteen in het centrum. Parma is niet groot, maar het is wel een geweldig shoppingparadijs met heerlijke restaurantjes. We genoten er van heerlijke Parmezaanse ham en kaas, risotto en pasta, gelatti en lambrusco. Een prachtige afsluiter van de reis.

Ik trek naar Italië en ik neem mee

Gepost op

… mijn Kindle Paperwhite gevuld met deze titels:

Andy Weir – The Martian

Omdat Hollywood in het najaar de film gebaseerd op het boek uitbrengt. Met Matt “I’ve got to science the shit out of this” Damon.  Kan niet missen.  En natuurlijk ook omdat ik de titel al eerder enkele keren heb zien passeren, zelfs ooit eens de eerste paragrafen had gelezen, maar me er nooit echt in heb verdiept.

Op Goodreads.

Scott Berkun – The Year without Pants

De ondertitel “WordPress.com and the future of work” Klinkt een beetje blasé, maar ik kocht dit boek vooral omdat ik gewoon benieuwd ben om te weten hoe het is om voor Automattic en Photomatt te werken. En omdat ik zonder WordPress niet zou staan waar ik vandaag sta.

Op Goodreads.

Conn Iggulden – Emperor. The blood of gods

Het is het laatste gedeelte van de Emperor reeks. Leest als een trein dus ik verwacht deze in no time uit te hebben. Ik ontdekte trouwens zonet dat de man niet stil heeft gezeten. Zijn Conqueror series gaat over Kublai Khan en sinds kort is het bezig met een Wars of the Roses series. Juich ik alleen maar toe.

Op Goodreads.

John Green – Paper Towns

Guilty pleasure. Ik heb in het begin van het jaar Greens’ The Fault in our stars gelezen. Dit zou een coming-of-age young adult novelle moeten zijn. En ja, er komt ook een film van uit.

Op Goodreads.

Paula Hawkins – The Girl on the train

Een thriller die in het voorjaar 13 weken op nummer één in de NY Times Fiction best-sellers lijst heeft gestaan. Iets met een vrouw die regelmatig per trein pendelt en gaandeweg verhalen verzint bij de mensen en de huizen die ze door het raam ziet. Benieuwd of het de moeite is.

Op Goodreads.

We trekken tien dagen naar Poggibonsi, een stadje dat tussen Siena en Florence ligt. We logeren er in de agriturismo waar we vorig jaar ook verbleven. Het spreekt voor zich dat ik hard naar uit kijk om terug te keren.