Auvibel

Gepost op

Lees ik bij Litrik en Pietel dat er vanaf 1 februari de heffing op blanco DVD’s/CD’s wordt uigebreid naar alle digitale dragers. Dat wil zeggen: iPods, MP3 spelers, harde schijven, etc. Kortom: alle digitale dragers. Het gaat zelfs tot 9 euro per terabyte! Niet bepaald een heffing die de consument niet in zijn portefeuille zal voelen.

Is dat een slechte zaak?

Ik denk dat Larry Lessig, uitvinder van de Creative Commons, het heel erg goed verwoord in deze video:

Oude business modellen werken niet in een nieuwe context waar het begrip ‘intellectueel eigendom’ botst met de realiteit dat drager en intellectueel goed niet meer één en dezelfde economisch exploiteerbare entiteit vormen. Als we iets van de noughties zullen onthouden, dan is het wel dat piraterij mainstream is geworden.

Wat is de rol van publieke overheden hier dan in? Recht heeft altijd al de neiging gehad om achter te lopen op reeële situaties. Het is de rol van de wetgever om in te spelen op die verandering en een eerlijke balans te vinden tussen rechten en plichten van alle betrokkenen.

In het geval van auteursrecht lukt dat blijkbaar niet. Meer zelfs, het opleggen van een a priori taks waar de consument geen enkele nieuwe rechten kan aan ontrekken – vrij kopiëren blijft nog altijd een misdrijf – trekt die balans juist verder scheef.

Volgens mij heeft de weg die Vincent Van Quickenborne – en de politieke reactie in brede zin – is ingeslagen vooral deze drie gevolgen:

  • Het opwerpen van extra drempels verhindert de introductie van nieuwe (mobiele) technologieën. Extra heffingen zijn absoluut geen economische stimulans. Het zet de consument aan om de knip op de geldbuidel te houden en een alternatief te zoeken. Stel dat men ook nog beslist om dezelfde heffing op internetverbindingen te halen, dan mag men er gerust van uitgaan dat België nog verder zal zakken in de lijst van landen met een hoge graad van aansluitingen.
  • Het averrechtste effect dat zo’n heffing kan/zal hebben leidt juist tot minder omzet. De inkomsten van de heffing zullen nooit het verlies kunnen dekken. Artiesten klagen terecht steen en been en dat heeft ook impact op de kwaliteit van hun werk. Wie wil nog professioneel veel tijd en moeite in origineel en vernieuwend werk steken als niemand erin wil/kan investeren? De drempel voor jong talent naar een professionele carrière wordt alleen maar groter en wat labels op de markt brengen zal juist meer van hetzelfde zijn.
  • De huidige regelgeving criminaliseert innovatie en creativiteit die in de wereld van de nieuwe media een vruchtbare voedingsbodem vinden. Ze bestendigt het gebruik van oude business modellen die helemaal niet passen in de nieuwe realiteit en ze verhindert de ontwikkeling van nieuwe exploitatiemogelijkheden van intellectueel goed. De kopieerheffing is in die zin een puur protectionistische maatregel. Een dergelijke heffing betekent het verhogen van de inzet in de wapenwedloop tussen piraten en overheid terwijl vooral de eerlijke consument daar de dupe van wordt.

Het is natuurlijk makkelijk om de huidige heffing af te schieten. Maar wat is dan wel de oplossing? Hoe kan je de belangen van mensen die intellectuele arbeid verrichten verenigen met de wensen van de consument?

Met een gratis alternatief, kan geen enkel goed bedacht business model concurreren. De stunt van Radiohead om downloaders van hun album ‘In Rainbows‘ zelf te laten bepalen wat ze willen betalen toont aan dat intellectueel goed sterk is gedevalueerd. In Zweden lijken repressievere wetten dan weer te werken. Door ISP’s te dwingen illegale activiteiten te rapporteren heeft de omzet van de legale verkoop zich deels hersteld. En de zweden zijn een nieuwe politieke fractie rijker!

Een repressieve aanpak is slechts de helft van het verhaal. Het zou interessanter zijn mochten overheden rechtstreeks en onrechtstreeks onderzoek naar nieuwe exploitatiemogelijkheden. Mobiele platformen zijn hierin de way of the future.

Daarnaast horen overheden de consument ook voor te lichten over e-commerce en on line kopen. Nu pas begint e-commerce eindelijk van de grond te raken, maar het is ook aan de overheid om actief te stimuleren en consumenten voor te lichten. Het ‘Internet voor iedereen’ programma is een goede stap, maar zonder duidelijkheid over de mogelijkheden – wat wel en niet kan – schiet het zijn doel voornamelijk voorbij.

Tenslotte zou men ook jonge artiesten en kleine on line labels kunnen stimuleren met toegankelijke subsidies. Meer zelfs, beperk de macht van obscure organisaties zoals Auvibel en Sabam die consumenten terroriseren en waarvan onduidelijk is waarhun inkomsten naar toe gaan. Investeer rechtstreeks in artiesten en labels via transparante kanalen!

Afin, ik maak wel dat ik nog een paar extra harde schijven insla voor begin februari.

Whereabouts

Gepost op

You are standing in an open field west of a white house, with a boarded front door. There is a small mailbox here. (Zork)

Paragrafen

Gepost op

Eén van de meer interessante mensen die ik volg op Twitter is Beep ofte Ethan Marcotte. In een blogpostje quote hij Dan Cederholm:

Like anyone who used to blog with frequency pre-2005, I’d like to post here more often — not just to fill up bits and bytes, but to write again. Remember when blogs were more casual and conversational? Before a post’s purpose was to grab search engine clicks or to promise “99 Answers to Your Problem That We’re Telling You You’re Having”. Yeah. I’d like to get back to that here.

Dan verwoordt een sentiment dat mij niet helemaal onbekend is.

Wel, wil je geloven dat ook ik een dergelijk gemis heb? In the days of yore vormden blogs gedurende een tijdje de structuur waarop zich het hele on line sociale weefsel zich entte. We schreven blogposts en voerden vanop onze eigen stek discussie over onderwerpen. We refereerden elkaar, of we reageerden op elkaars blogs in de commentaren. In ieder geval: je had je eigen blog en via je blogrol (of je favorieten) surfte je rechtstreeks naar anderen om te kijken of ze niets nieuws hadden geschreven. Bezoekers op je site waren een goede gelegenheid om je eigen site in een leuk kleedje te steken. In die experimentele dagen was het de gewoonte om je site regelmatig om te katten.  Rond sommige blogs hing er een echte microcommunity van regelmatige lezers. En bloggers zijn uiteraard ook aan mekaar beginnen hangen.

Dat werkte een tijdje goed tot er zoveel interessante blogs waren dat het nog moeilijk volgen werd. Veel noise, weinig signaal dus. Toen kwam RSS op de proppen. Je moest niet meer naar een blog surfen, de tekst werd naar jou gepushed. Zo kon je toch nog alles en iedereen volgen. In bredere zin werd men er zich toen ook wel van bewust dat data en informatie eigenlijk zeer portabel kan zijn. Aggregatie bewijst dat on line data los kan staan van een design en een domeinnaam. De plaats van publicatie is niet noodzakelijk de plaats waar informatie ook wordt geconsumeerd.

Mijn feedreader is Google Reader. Die vertelt me dat ik momenteel 158 feeds volg. Anderen volgen er ongetwijfeld een pak meer, maar voor mij is dat al heel erg veel. Ik lees niet dagelijks wat er binnenkomt en dat zorgt voor een backlog. Op dit moment wachten er nog goed 200 ongelezen items op mij. Daar zitten een paar interessante dingen tussen, maar ook veel cruft: del.icio.us links, ’99 things you really need to know’, pogingen om dingen te hypen, etc. Jammer maar opnieuw een signal-to-noise ratio om u tegen te zeggen. Het kost dus wat kostbare tijd om daar door te geraken. Tijd waaraan wordt geknibbeld omdat ook Facebook en Twitter een ware modderstroom aan informatie produceren die het grootste deel van de tijd nauwelijks interessant is.

Daarnaast is ook het sociale gebeuren volledig geëvolueerd. Starten met bloggen is nogal hoogdrempelig. Sociale netwerken zoals Twitter en Facebook zijn in het gat gesprongen. En met succes. Tegenwoordig heeft iedereen zijn eigen on line profiel – vergelijkbaar met een microblog – waar hij/zij ongelimiteerd op kan schrijven, linken, publiceren,…wars van enige technische kennis.

De vorm is zelf ook geëvolueerd. Microbloggen is nu eenmaal zo populair omdat alles gepresenteerd wordt in piepkleine hapklare brokken die quasi real-time worden gepresenteerd. Waarom zou ik nog op mijn eigen blog iets publiceren als ik het ook in 140 karakters gezegd kan krijgen en het meteen in de timeline van mijn connecties op Twitter verschijnt? Was de atomaire eenheid op het web een jaar of vier geleden nog de blogpost, dan is dat nu de tweet of de facebookstatus.

Een YouTube filmpje delen is dan ook nog nooit zo makkelijk geweest. Maar echt betrokken bij die informatie zijn mensen niet echt. Share and forget. Onderweg zijn wel degelijk de mogelijkheid om diepgang en context te geven aan informatie kwijtgeraakt en staan we nauwelijks nog stil bij wat we allemaal retweeten en delen met mekaar.

In tegenstelling tot vroeger is het internet vandaag meer dan ooit een diffuse stroom van veelal oninteressante noise. De pleiade aan sociale diensten en dienstjes heeft ervoor gezorgd dat we niet meer op één plaats dingen delen, maar dat op verschillende plaatsen doen: facebook, twitter, posterous, delicous, youtube,… Het is onmogelijk om op al die sites een account te hebben en pakweg de 30 zelfde mensen te volgen zonder iets te missen. Overhead dus.

Een andere reden waarom sociale netwerken minder interessant zijn is dat informatie er vrij letterlijk grijs is. Het design van een site is een extra laag die het web haar verscheidenheid geeft. Niet alleen vanuit esthetisch oogpunt, ook puur communicatief is design belangrijk. Een goed design vertelt immers iets over de identiteit van de blogger. Veel blogs op het net worden juist nog een stuk interessanter omwille van het design dat mij vertelt wie die persoon is. Neem nu Dustin Curtis. Elk artikel is een visueel meesterwerkje.  Als je naar zijn blog surft, dan is dat niet alleen om een intelligent stukje proza te lezen, maar ook om te genieten van het design. Ik kan zijn schrijfsels wel lezen in mijn Google Reader, maar dan moet ik dat visuele element, die een extra geeft aan de tekst, wel missen.

Sinds we RSS lezers gebruiken is dat aspect verloren gegaan. In Google Reader is iedereen immers gelijk. En opeens werd het web een stuk minder interessant. Met sociale netwerken is die trend verder gezet. Ieders facebook- of netlogprofiel ziet er tegenwoordig gewoon hetzelfde uit. Zonder meer. Het is niet half zo interessant om een facebookprofiel te bekijken als een goed uitgebouwde blog te doorsnuisteren.

Moest het daarbij blijven, geen enkel probleem. Maar het succes van sociale netwerken en de aandacht die ze eisen is ondertussen wel van die aard dat ze in het centrum zitten. Eigenlijk is een sociale netwerksite zoals facebook desondanks nog altijd een gesloten ecosysteem. Je kan gerust stellen dat als het niet op twitter of facebook staat, dat niemand het ook echt zal lezen. Voor velen is het internet zelfs al gereduceerd tot die paar sociale netwerken en een handvol nieuwssites waar informatie tot hen komt en ze zelfs niet meer kritisch nadenken over wat ze zelf terug delen met anderen. Laten we eerlijk, een echt goede evolutie kan je dat niet noemen.

Nu heb ik bij mezelf iets gelijkaardigs vastgesteld. Dat mijn blogje niet zo regelmatig van updates wordt voorzien, ligt voornamelijk aan het feit dat ik zelf ook een stuk actiever ben binnen die sociale netwerken. Dan ga ik dus al wat minder publiceren. Maar de laatste tijd valt me dat wat meer en meer tegen. Ik ben die grijze informatieblob een een beetje moe.

Net als Dan wil ik terug meer paragrafen lezen. Een stuk kritischer staan tegenover inhoud en het niet zomaar gratuit delen met anderen. Terug naar de bron gaan en het niet meer moeten lezen nadat het alle vijf keer geretweet is geweest of zo.

… en natuurlijk zelf ook weer wat meer tijd maken om – hopelijk – interessante stukjes te schrijven en mijn eigen blog eens een stevige, ouderwetse omkatbeurt te geven!

Time eens uw douche

Gepost op

Deze week stond er in het geschreven dagblad een artikel over de laatste hippe ecologisch verantwoorde gadgets. Zoals daar zijn: de iPod-met-zwengel bijvoorbeeld. Mijn aandacht werd getrokken door de doucheklok. Een waterdichte stopwatch met zuignappen. Je  stelt in hoe lang je wil douchen en dan plak je dat ding tegen de muur. Niet geheel onverwacht maant  het klokje u onder hels kabaal aan om uit de douche te stappen als de tijd op is.

Ecologisch zeer verantwoord maar wel vrij primitief vond ik.

Zelf doe ik dat al een eeuwigheid met mijn iPod. Niet dat die van zuignappen voorzien is of waterdicht is. Ik leg die met het volume wijdopen op de vensterbank. Ik heb een kleine doucheplaylist met een twee of een drietal songs. Stopt de muziek, dan is het tijd om de waterkraan toe te draaien.

Zo sta ik ‘s morgens bijvoorbeeld onder de douche met The Dandy Warhols – Goodmorning. Als ik het eens wat langer wil rekken dan neem ik een iets langer nummer. Telegraph Road van de Dire Straits. Goed voor 14 minuten en 14 seconden plensplezier.

Het ware natuurlijk nog leuker indien je de twee zou combineren: een waterdichte klok annex MP3 speler met zuignappen. Of als je in bad zit: een exemplaar met een groter scherm voor video. TV kijken op je koelkast? Dan ook in bad! Al is dat dan weer misschien iets minder ecologisch verantwoord…

Stand by me

Gepost op

Hier had ik even nood aan! Dit liedje maakte net mijn dag goed. Dit is een versie gebracht door straatmuzikanten van over de hele wereld en werd opgenomen met nauwelijks meer dan een laptop en een paar microfoons. Ondertussen is er een hele internetbeweging uit opgestaan: Playing for change! Ze hebben zo al zeven opnames gemaakt.

Dank je Dries!

Escape from City 17

Gepost op

Ik denk dat ik flink wat jaren van mijn adolescentie grotendeels gespendeerd heb in het Half-Life universum. Gordon Freeman, Black Mesa, de Combine, City 17, Alix Vance, Dr. Breen, G-Man,… Ik heb ongeveer alles gespeeld wat er te spelen viel. Alleen, het ontbreekt een beetje aan een versie op het witte doek. Of een TV serie. Want als je kijkt naar gelijkaardige futuristische telenovelles (Battlestar Galactica, Stargate Atlantis,…) dan leent het dystopische toekomstbeeld van Half Life zich daar toch geweldig toe. Alleen, juist omdat het zo’n fantastisch spel is, en omdat verfilmingen vaak een vieze nasmaak laten, lijkt in de afgelopen 10 jaar niemand bereid te zijn om zijn/haar hand voor zo’n project in het vuur te steken.

Vreest niet, want een paar onafhankelijke internet filmmakers wagen zich aan een beperkt on line project om Half Life in een verfimde vorm te brengen. In de eerste plaats was de serie bedoeld om nieuwe opnametechnieken te te leren, maar ze zijn wel zo vriendelijk om het resultaat on line te gooien.

The Escape From City 17 short film series is an adaptation based on the Half Life computer game saga by Valve Corporation. Originally envisioned as a project to test out numerous post production techniques, as well as a spec commercial, it ballooned into a multi part series. Filmed guerilla style with no money, no time, no crew, no script, the first two episodes were made from beginning to end on a budget of $500.

De eerste vrijgegeven 5 minuten vind ik alvast bijzonder knap in mekaar steken. Bekijk vooral in HD!

WP Mollom 0.7.2

Gepost op

I just released version 0.7.2 of WP Mollom. Here’s the changelist

  • fixed: closing a gap that allowed bypassing checkContent through spoofing $_POST['mollom_sessionid']
  • fixed: if mb_convert_encoding() is not available, the CAPTCHA would generate a PHP error. Now falls back to htmlentities().
  • improved: the check_trackback_content and check_comment_content are totally rewritten to make them more secure.
  • added: user roles capabilities. You can now exempt roles from a check by Mollom
  • added: simplified chinese translation

So, for the most part, this release is about security related under-the-hood changes. Another great adition is the use of user roles. With previous releases, you didn’t have to pass the Mollom check if you were logged in. Which was a bit of a security issue in it’s own. This release allows you to exempt certain user roles from Mollom scrutiny.

Finally, I owe a big thank you to Donald for the great work he did translating the interface into simplified chinese and his numerous suggestions. Thank you!! I would like to encourage others to translate the plugin! German, French and/or Spanish, if you know them, now is the time to put them to use!

So, go grab it from WordPress Extend or upgrade your installation through the famous one-step intaller in your Dashboard!

Nu er deze week even discussie is geweest over het concept Barcamp, heb ik de vrijheid genomen om een Doodle poll op te zetten. Stel dat we een unconference zouden houden rond een specifiek thema, wat zouden jullie dan het liefste zien? Op dit moment krijgt een BarCamp Netlab style de voorkeur. Wat denken jullie? (0)

Barcamp is een unconference

Gepost op

Vanmorgen werd de eerste Barcamp Antwerpen aangekondigd. 21 maart in Berchem. Fijn! Ik ben op de voorbije Barcamps in Gent altijd met heel wat nieuwe ideëen terug thuis gekomen.

Alleen, de aankondiging op de wiki wijkt wat af van de norm. Meest opvallende ‘nieuwe’ regel is dat iedereen 10 euro stort. Wie actief deelneemt krijgt zijn geld terug. Het is een poging om te maken dat het unconference aspect behouden blijft. Toch zette die nieuwe drempel mij aan het denken.

Op de voorbije twee barcamps heb ik een talk gegeven. Het plan was om deze keer er gewoon bij te zijn zonder zelf iets te brengen. Kwestie van het podium ook eens aan de andere gegadigden te geven. Dat ik dan 10 euro ‘inschrijvingsgeld’ moet betalen – want daar komt het op neer – is voor mij net geen incentive. Als ik nu een talk zou geven is het eerder met een gevoel van moeten dan van willen. En het wil net lukken dat als iets van ‘moeten’ is, het mij al snel minder zal interesseren. Voor mij is juist het vrijblijvende karakter van Barcamp de belangrijkste motivatie om iets te doen. Ik denk dat ik daar wel niet alleen in zal zijn.

Terecht stellen de organisatoren dat een barcamp organiseren duur is. De dag kost immers 35 euro per deelnemer.Dat houdt in: locatie, materiaal, catering, verzekering,… Dat geld moet ergens van komen. Sponsors in de eerste plaats, maar het ‘inschrijvingsgeld’ zal daar ook wel voor bedoeld zijn. Denk ik dan. Want zo wordt het niet verkocht. Ik interpreteer het invoeren van inschrijvingsgeld vooral als motivatie, niet om kosten te dekken… Afin, tot ik tien minuten geleden de kleine lettertjes in de sidebar zag. Men rekent erop van goed 81 deelnemers te ontvangen aangezien er slechts 13 x 3 slots vrij zijn.

Overigens had ik toch wel graag geweten wie/wat er achter dat rekeningnummer schuil gaat vooraleer ik daar zomaar geld op stort. Per slot van rekening prediken we als IT’ers on line voorzichtigheid maar nu wordt er wel van ons verwacht geld over te schrijven zonder te weten wie er aan de andere kant van de collectebus staat.

Los daarvan had ik vanmorgen dan weer een Ticketmatic/Sherpa/… momentje. Je weet wel, je probeert een concertticket voor dEUS on line te bestellen maar het eindigt in een ganse middag refreshen van pagina’s, crashende servers, vloeken, frustratie en – als dame fortuna u gunstig gezind is – een print met een reservatie (je hebt de tickets dan nog niet eens). Wel, ik heb mijzelve opnieuw moeten registreren omdat de wikipagina steeds door anderen wordt bewerkt – wat wel eigen is aan een wiki natuurlijk. Het aantal plaatsen is nu eenmaal beperkt tot 120.

Afin, als ik het allemaal zo wat aanschouw, dan vraag ik mij toch af of de huidige vorm niet voor verbetering vatbaar is? In Vlaanderen organiseren we zo om het half jaar één Barcamp. Voor meteen 120 man. De vraag is groot en slechts de snelsten – de twitteraars – weten een plaatsje te veroveren. Tijdens de laatste barcamp viel het mij dan weer op dat er vier of vijf simultane tracks zijn maar dat men meestal naar die paar grote kanonnen gaat luisteren. Ikzelf sprak de laatste keer voor dik 8 man, Stijn moest het zelfs met 4 mensen in de zaal stellen.

Misschien zou Barcamp ook tussentijds in kleinere vorm georganiseerd kunnen worden. Voor pakweg 40 à 50 mensen. Je zou dat bijvoorbeeld in een polyvalente zaal kunnen doen waarbij mensen in groepen zitten en de discussie kunnen aangaan (het moeten niet altijd presentaties zijn!) met elkaar. Wat het makkelijk organiseerbaar houdt (ook een Barcamp aspect) En daarnaast is er ook nog altijd het concept WordCamp: een unconference die volledig rondt WordPress draait. Of waarom ook niet een DrupalCamp? Zo trek je misschien eens een ander publiek met niet minder interessante ideeën over het hele on line en techy gebeuren.

Mja, ik speel weer met allerlei ideeën hier…

Finance 2.0

Gepost op

Terwijl ik door mijn feeds ging, ontdekte ik dit artikel op Lifehack.org: 30 money sites to check out in 2009. Doorgaans zijn financiële tips op het internet iets waar ik ver weg van blijf, maar het toch wel dure jaar 2008 en mijn nieuwsgierigheid kregen de bovenhand. In het artikel presenteert Lifehack sites die je helpen met je persoonlijke financiën. De aanbevolen blogs bekeek ik eens vluchtig en onthoud ik voor later. Mijn interesse werd echter gewekt door de Web Applications.

In 2008 had ik slechts in grote lijnen zicht heb op inkomsten en uitgaven. Dat ergerde mij. Ik denk dat ik daar wel niet alleen zal zijn. Je geeft, bijvoorbeeld, tijdens een shoppingspree onbezonnen 80 euro uit en op het einde van de maand begint die uitgave je te achtervolgen. Als student zijn persoonlijke financiën niet meteen een onoverkomelijk probleem, maar als je eenmaal alleen woont dan zit je met een waaier aan  uitgavenposten (nutsvoorzieningen, huur, abonnementen, eten,…) waar je maar beter een goed zicht op wil hebben.

Dat vraagt dus om wat persoonlijke boekhouding. Wat dat betreft vertoef ik voor het grootste deel nog in het papieren tijdperk. Bankafschriften, loonfiches, reçuutjes. Alles zit in een papieren klassement. Het wisselen van werk, verhuis, veranderende levensstijl: allemaal niet goed voor de papierberg. Ik ben ooit eens begonnen met letterlijk elk recuutje bij te houden om op het einde van de week alles in excel in te voeren. Dat gaf ik al snel op wegens tijdrovend en niet erg productief. Gelukkig is er PC banking wat mij toelaat om de plus en de min wat bij te houden. Maar ook dat blijkt een beperkt hulpmiddel te zijn als je iets wezenlijk wil veranderen aan je eigen consumptiegedrag. Wat ik wil is een tool die mij toelaat om een beter zicht te krijgen op alle inkomsten en uitgaven. Dus ook op de dagdagelijkse kleine uitgaven. Want die durven al eens het verschil maken. Ik wil de data kunnen drillen zodat ik kan anticiperen, rationaliseren en uiteindelijk op het einde van de maand in het groen eindig.

De web applicaties die Lifehack voorstelt lijken mij geknipt voor de job. Je voert je in- en uitgaven in en de applicaties laten je toe om je eigen financiën te dataminen. Zo kan je meteen zien hoeveel bakjes friet je hebt gekocht per maand, waarschuwen ze je als je je te ver in het rood waagt, laten ze je toe simulaties te maken,… Het gaat om echte persoonlijke on line boekhoudtools en die verschillen wezenlijk van on line banking sites die enkel over het beheer van rekeningen gaan.

Het belangrijkste voordeel is dat ze het boekhouden naar het web brengen waardoor je je financiële data helemaal anders kan beheren. Als 2009 volgens de voorspellers het jaar van de mobiele applicaties zou worden, dan mag dit aspect zeker niet ontbreken. Je kan immers overal je persoonlijke boekhouding raadplegen. En beheren. Een applicatie zoals xpenser laat je toe om je uitgaven mobiel in te geven terwijl je ze maakt. Geen gedoe met (verloren) reçuutjes op het einde van de week. Mint en Thrive werken samen met financiële instellingen zodat het pc banking gebeuren ook nog eens binnen het online boekhouden wordt geïntegreerd. En natuurlijk bieden ze allemaal een heel mooie visualisatie van je financiële staat.

Mooi, registreren en meteen geruiken dan maar? Wel, het is een beetje jammer maar de applicaties die op Lifehack worden voorgesteld lijken mij voornamelijk interessant voor Noord-Amerikanen. Ze gaan vooral uit van het wegwerken van de beruchte persoonlijke schulden, een leven op krediet,… Dus vraag ik mij af of er toevallig geen Europese tegenhangers bestaan. De meest interessante voor mijn eigenlijk situatie lijkt mij xpenser. Ik ga het alvast eens de komende weken uitproberen.

Privacy matters

Gepost op


Privacy Matters (Dutch version) from voet noot on Vimeo.

Gezien bij Bert.

Privacy matters. Het lijkt misschien zo niet maar ook wij laten hier ons knusse Vlaanderen overal argeloos sporen na. De digitale klantenkaart van de grootwarenhuizen is zo’n privacy killer: met de chip in de sleutelhanger die de meeste klanten zo gemakkelijk afgeven aan de kassa wordt je aankoopgedrag geanalyseerd. Ik wil dat niet. Daarom heb ik zelf geen Happy Days kaart. Het valt me trouwens op dat bij elk bezoek aan het grootwarenhuis de kassiersters mij vragen of ik geen getrouwheidskaart heb. Beleid? Waarschijnlijk wel. Tot je overstag gaat voor de voordelen.

Je zou natuurlijk kunnen argumenteren dat dat weinig zin heeft omdat je niet kan vermijden dat je toch ooit op de grid zal opduiken. Een treinabonnement, banktransacties, GSM verkeer en, uiteraard, internetverkeer. Toch lijkt het me de moeite waard om waar het kan, je privacy te beschermen.

Wat dat internetverkeer betreft sta ik zelf ook aan de andere kant van de lijn. De discussie onder ontwikkelaars wordt al jaren beheersd door die eenhoorn: het klik- en kijkgedrag van de surfer doorgronden om zelf betere sites te kunnen bouwen zodat zowel de klant als de ontwikkelaar er beter van wordt. Ik heb het dan niet over usability, interface design en dergelijke. Wel over de analyse van het surfgedrag. Schoolvoorbeeld is Amazon dat zijn etalage zal modelleren naar jouw surfgedrag. Een brug te ver? Weegt het gemak van een op je smaak afgesteld aanbod op tegen het feit dat daarvoor, vaak ongevraagd, je gedrag wordt geanalyseerd?

Als we gordijnen voor onze ramen hangen omdat te verhinderen dat de buren bij ons binnen kijken, waarom laten we dan toe dat bedrijven en overheden ons gedrag kunnen analyseren zonder dat duidelijk is in wiens belang dat echt is?

iBand

Gepost op

Zei ik onlangs nog dat ik graag wat knoei met muziek? Wel, mijn nieuwe verslaving van de afgelopen 30 seconden heet Guitarist van MooCowMusic, een app waarmee je van je ipod touch of iphone een gitaar kan maken. Het is meteen de eerste app waar ik een kleine bijdrage voor heb betaald, maar ik moet zeggen: ze zit dan ook wel knap in mekaar! Het ding is responsiver dan ik had vermoed en je hebt verschillende mogelijkheden om je gitaar te ‘tunen’ zoals jij hem wil.

Uiteraard, zo’n apps zijn op zich wel leuk om te oefenen of een leuk tijdsverdrijf, en dan heb je de originele zielen die mekaar vinden en heuse mobile bands beginnen vormen. Neem nu iBand…

En dan kan ik alleen maar denken: knap, jongens! Of hoe social media ook muziek voort brengen.

dConstruct ’08 I

Gepost op

Joshua Porter sprak over social biases, heuristcs (of rules of thumb) en de meest duivelse praktijken om mensen naar je eigen dienst te lokken. Social design op zijn best.

Aleks Krotoski had het over hoe de games industrie en de web industrie meer aan kruisbestuiving met elkaar moeten doen. Als psychologe had ze vooral veel interesse in hoe social design en concepten binnen een game context kunnen worden gebruikt. Jammer genoeg viel haar talk wat tegen. Ze kwam niet echt volledig tot een punt.

Steven Johnson had het dan weer over het urban web. Hij bracht eerst de case van John Snow waarin hij toont hoe je door intelligent met data en visualisatie van netwerken tot interessante en nuttige conclusies kan komen. Vandaag probeert hij hetzelfde te doen met Outside.in en Radar: in plaats van eindgebruikers – of local content producers – expliciet hun content te geotaggen zou hun Radar dienst de content scannen op plaatsnamen,… en die dan slim geotaggen. Zo wordt content location-aware. Handig als je vooral de ‘local buzz of chatter’ wil volgen die anders verloren gaat.

Bon

Gepost op

Met een beetje geluk valt maandag een Billy voucher ter waarde van 100 euro in de bus. Nu is de vraag: hoe gaan we die besteden? Het moet via een on line winkel die Mastercard accepteert. Ik heb al enkele ideetjes…

Wat zouden jullie doen met 100 euro?

OpenCoffee

Gepost op

Gisteren ging in Leuven BGGD 7 en OpenCoffee samen door op de Rémysite. Altijd leuk om nog eens de usuals suspects terug te zien. Clo Willaerts had met de Rémysite een prachtige locatie uitgekozen.

Deze editie stond wat in het teken van de launch van Billy. Een soort on line cadeaubon site. Je koopt voor een bepaald bedrag een soort virtuele voucher die je kan gebruiken in de meeste on line shops die Mastercard accepteren. Handig! Meteen werden er gratis vouchers uitgedeeld aan de 100 aanwezigen. Blijkt dat wij de eer krijgen om nog voor de launch op 17 september al even met Billy aan de gang te mogen. Een heel erg mooi gebaar. In ieder geval, maandag zou er meer info in de bus moeten zitten waarmee ik kan gaan shoppen.

Er waren ook een tweetal presentaties over het koopgedrag van mannen en vrouwen. De eerste werd gegeven door een man: Evert Jan de Kort van InSites. Een beetje aan de droge kant met veel cijfers. De babbel achteraf leerde dat hij een omgekatte Vlerick presentatie probeerde te brengen in 20 minuten. Alvast heel verdienstelijk. Wat ik onthoud is dat ons shoppinggedrag vrij verrassend in mekaar zit. We zoeken eerst droge informatie over een product op op het Internet, we horen eens rond bij de vriendenkring, maar wat de doorslag geeft is nog altijd de winkel en dan vooral de betrouwbaarheid en de uitleg van de shopping assistant ter plaatse! User generated content, reviews en zo, blijken dan weer op de laatste plaats te staan qua graad van betrouwbaarheid. Kortom, Internet speelt slechts in het begin van de informatieronde een rol van betekenis.

De presentatie van Sabine Clappaert en Courtney Davis van Muse viel dan weer een beetje tegen. Niet dat ze slecht werd gebracht, maar inhoudelijk vond ik het zich beperken tot een opsomming van de vele verschillen tussen mannen en vrouwen. Punt. Ja, mannen gaan recht op hun doel af in de winkel en vrouwen durven als eens rondkijken. Ja, de meeste mannen haten shoppen daardoor als de pest. En er werden nogal veel open deuren open getrapt. Ik bleef wat op mijn honger zitten want hoe kan die informatie nu precies worden aangewend in (on line) marketing van producten?

Verder was er een heel lekkere catering voorzien van pizza en wok. Met stokjes! Voor de wok uiteraard. Mjam! En het gezelschap mocht er ook zijn. Ik heb met heel wat fijne mensen gesproken. Afin, te veel om te vermelden eigenlijk.

Ik vond het alvast een fijne avond! Bedankt Clo! O ja, nog wat linkliefde voor Imke Dielen voor lift terug naar Antwerpen in haar vervang Mini. Want ik val eigenlijk zo keihard voor Mini moet ik eerlijk bekennen.

Beste LamaZone, respect omdat je iets anders wil en je daar dan ook voor gaat! Een mens moet zijn dromen durven waar maken. Veel succes en plezier in Mexico! (1)

All that you can’t leave behind

Gepost op

U2 en Lego zijn übercool. Ik gebruik dit prentje al een paar dagen tijdens het programmeren en testen van allerlei code. En elke keer doen Bono, The Edge, Larry Mullen Jr. en Adam Clayton mij glimlachen.

Lego Mania bezorgt je nog een pak meer fun met Lego.