Cube World. Omdat dit door 1 gek wordt gemaakt van de grond af. Maar ook omdat ik vroeger uren versleten heb met het spelen van Zelda op mijn GameBoy.
Game of Thrones. Van HBO weet je dat ze goeie dingen brengen. The Sopranos of Boardwalk Empire bijvoorbeeld. Ik ben de laatste weken tussentijds bezig in het eerste boek van A Game of Thrones, het epos van George R.R. Martin. Geniaal verhaal. Ik blijf maar lezen en pagina’s draaien. Ook al is het een kloef van net geen duizend pagina’s. Als HBO zich dus aan een verfilming waagt, dan krijgt dat van mij meer dan gewone interesse.
‘t Is dat ik té weinig spelletjes speel, dezer jaren. Vroeger was ik altijd wel op zoek naar mijn dagelijkse fix. Ettelijke uren heb ik gespeeld. En independent games vond ik vaak de leukste. Leuker dan van die megaproducties die platgetreden paden bewandelen. Omdat ze het probleemoplossend vermogen prikkelen, vol humor zitten, verrassend uit de hoek komen, fris en jong zijn, vol verhaal, en vaak ongelofelijk complex in hun eenvoud.
Met het verhuizen, het pendelen, het werk en het volwassen worden is dat er een beetje uit gegaan. En dat vind ik jammer. Heel jammer.
ISAACSON, W., Steve Jobs. De Biografie., ed. 7, Houten, Spectrum, 2011, 656 p. [Nederlandse vertaling: DE RIDDER, R., Steve Jobs. The Biography, s.l., Simon & Schuster, 2011.]
MARTIN, G., A Game of Thrones. Book One of a Song of Ice and Fire, ed. 36, Londen, Harper Voyager, 2011, 796 p.
OK. Ik had bijzonder veel goesting om te kijken wat ik nog had onthouden van de cursus bibliografie uit mijn Eerste Kan. Ja, ik heb moeten opzoeken hoe dat nu ook al weer ging. ‘t Zit ver. Heel ver.
Het zat er natuurlijk aan te komen. Tolkien had immers nog wel wat meer geschreven dan de Lord of the Rings. Het mooie is dat ik begonnen met de Hobbit. Geweldig verhaal. Ik heb het in één ruk uitgelezen. Ik vond de Hobbit zelfs leuker om te lezen dan de trilogie. Weer iets om een jaar lang naar uit te kijken, dus!
Hehe. “I know Ben Affleck!” Matt Damon blijft toch een geweldige mens! Ook al klinkt hij, volgens sommige commentaargevers, als George “Sulu” Takei. ‘t Is dat Mevrouw Meisje mij volledig in de kerststemming wist te brengen.
En het verhaal achter dit filmpje lees je hier. Yep, om zoiets te produceren moet je jezelf inderdaad wel wat kunnen organiseren en flink wat doorzettingsvermogen aan de dag leggen. Het resultaat mag er echt wel zijn.
Het concept is niet nieuw. Een ander geslaagd tilt shift filmpje dat bij mij hoog heeft gescoord is The Sandpit. Of een dag in het New Yorkse stadsleven maar dan in miniatuur.
Yup. Deze week heb ik mij, na een beetje aarzelen, dan toch ook maar Spotify geïnstalleerd. Muziek streamen, dat moet ik niet meer uitleggen. Het concept lijkt me wel een nieuw gemak om muziek te leren kennen. Sinds jaar en dag wilf ik op YouTube naar muziek. Op het werk staat er altijd wel een tabje open met een clip. En dankzij de “related” clips kan ik zo doorklikken naar dingen die mij misschien wel interesseren. Leuk, maar ietwat onhandig. Spotify leek dus een antwoord te bieden.
Spotify installeren kan zelfs het kleinste kind: de applicatie downloaden en uitpakken, inloggen doe je met je Facebook account. De rest gebeurt vanzelf.
Het eerste wat opvalt: Spotify leest mijn iTunes bibliotheek uit en catalogeert netjes de hele zwik. Mooi! Ik kan dus kiezen tussen iTunes en Spotify om mijn muziek te beluisteren! En ja, dat gaat ook om de nummers die ik via iTunes had gekocht. Nu, Spotify komt natuurlijk met zijn eigen winkel. Je kan dus nummers bij Spotify kopen. Ik vraag me af of je die dan weer kan afspelen in iTunes. Ik heb dat nog niet geprobeerd.
Dan maar even de ‘Radio’ tab aanklikken. Je kan kiezen tussen een stuk of wat genres en je krijgt een selectie van nummers uit de albums van het moment te horen. Zo klikte ik net “Blues” aan en nu luister ik naar Police Dog Blues uit Hugh Laurie’s laatste, Let Them Talk. Mooi. Om de zoveel nummers krijg je wel een commercial naar het hoofd gesmeten. Reclame voor andere artiesten dan wel: Selah Sue en The Subs worden, ietwat weinig subtiel, aangeprezen.
Het mooiste is de zoekfunctionaliteit. Ik kan pakweg Georgia On My Mind van Ray Charles plus alle mogelijke covers (inclusief die van John Mayer) opvragen. Meer zelfs, ik kan het volledige nummer zo streamen en beluisteren.
Voor wat ik er van heb geprobeerd is dit dus een geweldig nieuw speelgoed. De reclame neem ik er graag bij aangezien het momenteel gratis is. Ik heb begrepen dat ik de komende zes maanden onbeperkt kan luisteren en dat het daarna een klein bedragje betalen is of beperkt worden tot slechts 10 uur luistergenot per maand. Heb ik dat er voor over? Goh, het betekent weer een extra kost op mijn VISA rekening. Hoe klein ook, het is toch weer een 120 euro extra op jaarbasis. En dat terwijl SABAM dezer dagen andermaal probeert om ISP’s zoals Telenet auteursrechten te laten betalen. Een kost die ook, jawel, in het internet abonnement aan de consument zou worden verrekend. Dubbele kassa dus.
En dan is er nog het inloggen via Facebook. Wat Spotify vrolijk doet is een Facebook applicatie toevoegen aan je Facebook account. Eentje die je, stilzwijgend, toegang heeft om de gegevens van je account af te lezen. In de eerste plaats je verjaardag en een lijst van je vrienden. Die laatste heeft Spotify nodig om een Friendslist te tonen in de zijbalk. En om te kunnen delen met je vrienden naar welke muziek je luistert. Maar als je naar de privacy instellingen op Facebook gaat piepen dan zie je daar ook dingen staan zoals “Spotify may access your data when you are not using the application”. En daar heb je dus semi-stilzwijgend akkoord voor gegeven. Je kan die applicatie altijd de toegang tot je gegevens ontzeggen, maar zodra ik dat probeer, weigert Spotify nog toegang tot de muziek. Dat “Gratis” is dus niet zo gratis als het lijkt: je betaalt met je persoonlijke gegevens. En geen klein beetje. Nu, andere toepassingen zoals Foursquare zijn geen haar beter en lezen eveneens vrolijk je Facebook data uit. Privacy betekent tegenwoordig niets meer on line.
Verder moet ik zeggen dat streamen van muziek zo’n beetje een ongelofelijk gemak is. En toch, ik stond gisteren in de FNAC tussen de rekken met CD’s en ik kon niet helpen om me af te vragen: Is dit dode technologie? Hoe lang gaan ze nog meegaan? Aan alles komt immers een einde. En ergens zou ik het wel jammer vinden want, persoonlijk vind ik een cd of lp uit je muziekkast kiezen en in de speler duwen een belangrijk deel van de ervaring. Want zo virtueel op een knop duwen en meteen alles kant en klaar geserveerd krijgen, dat is toch een beetje op het gevaar af dat het allemaal als gestandaardiseerde eenheidsworst over komt. Een beetje moeite doen om muziek te leren appreciëren, daar gaat het toch ook wel om.
Oh Boy! Coldplay komt op 18 december naar ‘t Sportpaleis. Ja, ik geef grif toe dat ik naast U2 ook fan ben van Coldplay. Om de één of andere duistere reden kan ik niet begrijpen waarom ze ooit tot de meest slaapverwekkende, ware het niet irritante, act ooit zijn bestempeld. Tjah.
Ik heb ze ondertussen wel, eum, een keer of 4 gezien. Of was het 5? Ik herinner mij nog het optreden te Werchter in 2002. Of was het 2001? Toen waren ze nog nobele onbekenden die ergens in de middag het podium beklommen. Er waren toen al de hits uit Parachutes. Maar ook de grapjurk Chris Martin die bij een voorbij drijvende, opgeblazen condoom de wei zo ver kreeg om één minuut stilte te houden voor “The guy who didn’t get lucky last night.”
Natuurlijk hebben ze ook wel hun downs gekend. Neem nu hun Christmas Lights. What. Were. They. Thinking? Serieus!
Aniehoe. Ik ben blij dat ze nog eens komen. Een heel mooie afsluiter van een persoonlijk nogal woelig jaar. Dat zeker!
Was er dit jaar weer eens editie van het Cactusfestival. Het enigste festival waarvoor ik nu eens niet op een trein moet kruipen en slaping voorzien om bij te kunnen wonen. Natuurlijk laat ik dat dan niet liggen. ‘t Is ook zo’n beetje door de Grote Media uitgeroepen als het gezelligste zomerfestival te lande. Maakte het ook dit jaar zijn reputatie waar? Het zonnetje stak uit, ‘t was niet te warm, er was aanvaardbaar veel volk en het Minnewaterpark lag er andermaal liefelijk bij.
Eerste puntje van kritiek: de dagprijs. 48 euro aan de kassa? What’s up with that? We hebben dan nog geeneens eten en drank. Want, laten we eerlijk zijn, in ‘t park is een hotdog er ook niet goedkoper op geworden in de loop der jaren. Toegegeven, de gage van de artiesten speelt wel een rol. Op de affiche stonden toch nogal wat Grote Namen. En mocht u er nog aan twijfelen, de schreeuwerige stands van ING (deelden lelijke oranje cowboyhoedjes uit!) en Nieuwsblad maken duidelijk dat ook het Cactusfestival tot de mainstream is gaan behoren. Tjah, kwaliteit en professionalisering, daar betaal je nu eenmaal voor.
En de muziekskens? Hoe zat het daarmee?
Zondag werd geopend door de Intergalactic Lovers… die we niet zagen wegens wat later gearriveerd. Niet getreurd, genoeg kansen om hun pad later nog eens te kunnen kruisen. Junip uit Zweden bracht de nodige sfeer in de zomerse zondagmiddag. Ideaal om te chillen in het groene gras. Junips bouwt alles op rond een wall of sound geproduceerd door allerlei analoge organs en synths. Moog galore! Ze brengen een gebalanceerde mix van rock, soul en jazz voorzien van een stevige afrobeat. Hats off! Ze staan alvast genoteerd op het lijstje “nader te bestuderen”.
De vrolijke congolese bende van Staff Benda Billili veroverde reeds de harten van velen met de kleurige sounds geproduceerd uit blikken gitaren, ineengedraaide bongo’s en what-not. ‘t Is dat ze duidelijk een hard leven hebben gekend. Ik telde drie rolstoelen en een paar krukken op de bühne. Respect! Halverwege hadden we het wel een beetje gehoord en zochten we de relatieve rust van de chill-out space op wegens wat veel van hetzelfde.
We pikten terug in bij Gentleman and the Evolution. Roots stevig afgekruid met reggae maar eigenlijk geïmporteerd uit Duitsland. Germania was echter ver. Heel ver. Frontman Otto Tillman predikte waarden zoals naastenliefde, respect en vrede en rapte de pannen van het dak. Ik ben zo geen grote fan van roots dus het klonk allemaal wat eender. Energiek en opzwepend dat zeker. Duidelijk een crowdpleaser.
Het park werd pas wakker op de tonen van Iron and Wine. Ha! Die kennen we sinds ik vorig jaar eens Garden State van Zach Braff had gezien. Such Great Heights is een plakker eerste klas. Hier brachten ze het stevigere gitaarwerk. Blues gemengd met indie rock en nog een handvol andere americana. Sam Beam serveerde het geheel überstrak. Op geen enkel moment zakte het tempo in elkaar. Heerlijk van genoten.
Als het de festivalzomer is van Triggerfinger, dan geldt dat minstens zo hard voor de gasten van Arsenal. Zij bouwen het park om tot hét hippe feestje van het weekend. Als een goedgeolied machinegeweer vuurden ze de ene na de andere hit het publiek in. ‘Switch’, ‘Estupendo’, ‘Melvin’ en ‘Saudade’ werden uit volle borst meegezongen. Wie er nog aan mocht twijfelen: dit zijn de publiekslievelingen van het moment.
Hoewel Arsenal perfect de zaak had kunnen afsluiten werd die eer voorbehouden aan Mogwai. Deze schotse gitaarhelden zijn nochtans geen logische keuze. Met hun donkere postrock en monumentale, tegendraadse soundscapes heten ze niet bepaald toegankelijk te zijn. Lyrics zijn ver zoek wat het al helemaal niet makkelijk maakt voor het publiek. Nochtans brachten ze een set die, wel, ronduit af was en heel gebalanceerd. Het werd een set waarin dreigend gegrom afgewisseld werd met sprankelende effecten. Stuart Braithwaite en de zijnen bewezen hun genialiteit. Op de achtergrond werden visuals waarin beelden van een desolate highlands afwisselden met abstracte lijnen en figuren geprojecteerd. Cactusfestival sloten ze af met een magistraal Fear Satan. Eén van mijn lievelingsnummers van het afgelopen jaar. Heerlijk om dat eindelijk live eens mee te mogen maken.
Het werd een memorabele editie. Volgend jaar opnieuw present in het Minnewaterpark!
Gisteren vertrok Atlantis op wat de allerlaatste missie is in het Shuttle programma. STS-135 sluit 30 jaar geschiedenis af. Vanaf nu hebben de Amerikanen geen eigen ruimtevaartprogramma meer. Oorlogen, crisis hebben geleid tot besparingen en het schrappen van wat ik zowat de meest vooruitstrevende bezigheid vind, waarmee de mens zich kan bezigen. Bedrijven en groeilanden zoals China en India staan wel te popelen om de fakkel over te nemen. En er is natuurlijk ook nog good old Russia. Maar dat het land dat als eerste een mens op de maan zette, uiteindelijk de handdoek in de ring gooit, dat doet toch wel wat. Het zegt veel over de nieuwe wereldorde want ruimtevaart is en blijft een prestigeproject waar handenvol geld in kruipt.
Ewel, ‘t zit er weer op, Rock Werchter Tweeduusdelf. Weliswaar heb ik maar een vierde meegemaakt, maar ik heb niet het gevoel dat ik iets gemist heb van de sfeer op de weide. Het weer zat goed, het programma zat goed en de sfeer zat goed.
Zondagmorgen ben ik een uurtje later dan gepland aangezet. Blame the cocktails. Een wat uitgelopen verjaardagsfeestje was de eerste aanslag op mijn lijf. Maar dat mocht de pret niet onderdrukken. Aftrappen deden we met The Vaccines. Londense indypop met snedig gitaarwerk van de bovenste plank. Vooralsnog onbekend maar hun “Post break-up sex” deed de Marquee een eerste keer ontploffen. Het tempo zat er goed in. De présence, daar zullen ze nog wat op moeten oefenen. Eentje om in het oog te houden.
Met de zon in het zenit werd het ook dit jaar weer bakken. De hete, opzwepende sound van Kasabian is dan ook de geknipte verwelkoming aan de hellepoort. Tom Meighan en zijn getrouwen zullen ook op zondag niet rusten om onschuldige zieltjes te ontzien. “Bring your daughter to the slaughter!” liet weinig aan de twijfel over. Ze mogen in Engeland en de States op gelijke hoogte staan met Kings of Leon, braaf zijn ze allerminst. Een felgesmaakt optreden van de bovenste plank.
Tijd voor een rustpauze? Welnee, Brandon Flowers was voor mij het hoogtepunt van deze editie. The Killers mogen dan wel even uitblazen, maar met Mr. Brightside, Jenny was a friend of mine en Read my mind haalden we fijne herinneringen op aan die vorige passage enkele jaren geleden. Deze set was doorspekt met stevige rock die doet denken aan de sixties. Even groeide het gemis aan vetkuiven, maar dat werd al snel weer weggespoeld door de energie die zich vooraan ontplooide. Flowers is en blijft charmeur eersteklas. De bakvisjes op de eerste rij vielen bij bosjes in katzwijm.
Met Nick Cave en Grinderman op de achtergrond probeerden we even te chillen. We faalden schroomlijk. Cave is en blijft een veelzijdig artiest die niet bang is om terug te keren naar de basics. Met grinderman leek hij net de god Vulcanus die in zijn smidse staal smeed. De gitaar is zijn aambeeld, zijn de hand hamer en snoeiharde akkoorden zetten als gensters de wei in vuur en vlam. Het mag dan wel rock zijn, Grinderman is stevig verankerd in de blues. We blijven nagenieten van het heerlijke Heathen Child.
Al snel werd het podium geruimd voor de hellehonden van Iron Maiden. Cohorten fans in zwarte hoodies en stevige combats traden aan om hulde te brengen aan hun helden. Dat leger bestond letterlijk uit vaders en zonen. Iron Maiden gaat dan ook reeds dertig jaar mee en geeft vooralsnog geen tekenen van enige metaalmoeheid. De twee uur durende set bevatte niet alleen hits maar ook nieuw werk. Het zal sater Bruce Dickinson wel worst wezen dat de show zo over de top is – ik kreeg alvast de slappe lach toen de ondertussen beruchte Eddie, het doodshoofd met rode spots als ogen, de Main Stage vulde. Voor de fans werd het een memorabele doortocht. Persoonlijk bevestigt het mijn vermoeden dat epische dichten over duisternis op heavy metal zijn niet mijn ding.
Na de disciplinaire zweep van Maiden volgde de ontlading en de aanloop naar de Peas met de canadees A-Trak. Tot achteraan werd er duchtig gedanst op de toegankelijke clubby bliepjes en scratches van de ene helft van het Duck Sauce duo. Heads will rolls van de Yeah Yeah Yeah’s en natuurlijk Barbra Streisand mochten niet ontbreken.
Ondertussen smikkelden we nog een laatste bord pasta en dronken we onze laatste pintjes – die bonnetjes moésten op – waarna we met voldaan gevoel huiswaarts keerden.
De Peas lieten we deze keer aan ons voorbij gaan. Het blijft een raadsel waarom de oppermeister Herman deze clowns blijft uitnodigen. Niettegenstaande er een publiek voor is kunnen we de onevenwichtige platte pop maar matig appreciëren. De recensies vandaag bevestigden wat we al vermoedden: dat het geen slecht idee was om dit jaar wat vroeger te vertrekken.
Ik kreeg gisteren zin om naar de film te gaan. Dat doe ik tegenwoordig wel meer, zo mijn eigen op een avondje film trakteren. Beats television. Het aanbod valt op dit moment best wel te pruimen. En dus koos ik voor X-Men: First Class, trok ik mijn vest aan en nam ik de tram richting de UGC op de De Keyserlei.
Ah, Marvel, huis van vertrouwen als het op superhelden gaat! Wat serveren jullie ons deze zomer? Wel, de prequel op de X-Men. Het antwoord op al die prangende vragen: waarom Professor X in een rolstoel zit, hoe Magneto aan dat potsierlijke potje op zijn hoofd komt, hoe Beast Beast werd en veel meer. Het gevaar met prequels is dat het meestal pure uitmelkerij is van een gegeven waar al vier sequels van bestaan. Niet zo in dit geval. Het verhaal is consistent en ook nog eens beklijvend. En de cast mag er ook wel zijn.
Kevin Bacon doet ook nog eens mee als nemesis van dienst Sebastian Shaw. Heerlijk hoe hij met sardonische grijns de wereld wil veroveren en zonder daarbij over een lijk te weinig te gaan. Natuurlijk is de vaste cast van X-Men niet van dienst – hoewel, was dat niet Hugh Jackman in de verte? – maar kijken we naar het wel en wee van hun jongere tegenhangers. James MacAvoy, u niet welonbekend van Atonement en Wanted, speelt de heerlijk lijzige Charles Xavier met een hoge aaibaarheidsfactor. Jawel, compleet met haar. Michael Fassbender speelt al even onovertroffen Magneto. Herinnert u hoe deze klassebak in Inglorious Basterds er tegenaan ging? Wel, deze keer wendt hij zijn krachten aan voor, onder andere, het betere tandartsenwerk. ‘t Is maar dat u het weet. Mystique wordt gespeeld door de ravissante Jennifer Lawrence. Ze is geknipt voor de rol van de onzekere Raven die niet goed weet hoe haar mutatie te plaatsen. Het is mooi om te zien hoe ze doorheen de film op zoek is naar haarzelf. Maar dat geldt voor alle X-Men.
Overigens werd de film geregisseerd door Matthew Vaughn. Lock, Stock and 2 smoking barrels? Kick Ass? Stardust? Yep! De juiste man voor de geknipte job (of zoiets) Het eindresultaat mag gezien worden.
Zin in 132 minuten spanning, actie en steengoed acteertalent? Wat zit u hier dan nog te doen? Bestellen die tickets!
Ik heb gelijk de indruk dat grote delen van Englands’ geschiedenis stevig gerecupereerd worden dezer dagen. Er zijn series zoals – gemakshalve – The Tudors en Pillars of the Earth die het bijzonder goed doen. Hollywood is altijd al tuk geweest op Elisabeth. We hebben nog maar net de Kings’ Speech een beetje verteerd. En nu staat er een prent rond Shakespeare klaar. ‘t Is alvast niet dat ze de Bard deze keer interpreteren in een rolletje als romantische sukkeltje, maar het centrum van een onvervalste samenzwering. ‘t Ziet er allemaal bombastisch uit; er wordt hier duidelijk gemikt op een stevige box office.
‘t Is dat Radiohead hier wel heel goed tot zijn recht komt.
Zo nu en dan bestel ik al eens iets van Amazon. Meestal muziek. Het is goedkoper in ‘t buitenland dan in de FNAC en het aanbod is meestal ook een stuk ruimer. En aldus ontving ik in twee aparte omslaggen:
U2 – Rattle and Hum (DVD)
U2 – 360 at the Rose Bowl (DVD)
The Wombats – This Modern Glitch (CD)
Ik ga ze binnenkort nog eens stuk voor stuk quoteren.
Dankzij de jarenlange indoctrinatie van ex-collega F. ben ook ik een sucker geworden voor U2. Nochtans, in de documentaire Keep on running: 50 years of Island Records liet één van de platenbobo’s vallen dat het succes van U2 toch enigszins bevreemdend is aangezien het helemaal geen zo’n fantastische muzikanten zijn. Wie met een kritisch oor luistert weet dat daar een grond van waarheid in zit. Het mooie aan muziek is dat je niet noodzakelijk constant kritisch moet luisteren. U2 is misschien niet bepaald vernieuwend, complex of uitdagend, het blijft wel een band waar ik met veel plezier naar kan blijven luisteren.
Ah, jeugdherinneringen. Dingen die ik als klein ventje meemaakte en die top de dag van vandaag nog altijd diepe indruk hebben nagelaten. Tron is er zo eentje. Ik weet niet meer hoe oud ik moet zijn geweest. Een jaar of 6? Geen idee. Maar ergens tijdens een kerstvakantie werd Tron op TV uitgezonden.
Die befaamde lightcycle scène. Die bliepgeluidjes. Die abstracte kostuums. De beroemde scène waarin Flynn in het spelletje wordt ‘gedigitaliseerd’. Heerlijk. Ik ging volledig op in de wereld van Tron. Niet dat ik nu ook weer zo van die pakjes wilde zoals de Tronguy, maar ergens vermoed ik dat mijn fascinatie met computers daar misschien wel zijn kiem zal hebben gehad.
Ik heb uiteindelijk Tron welgeteld éénmaal in mijn leven gezien. Tijdens mijn tienerjaren heb ik nog eens een paar pogingen gewaagd, op zoek bij de betere videoverhuurzaken maar de film leek nergens deel uit te maken van het gamma. Jammer. Zelfs tegenwoordig, met de Intertubes gevuld met minder legaal spul heb ik uiteindelijk nooit de behoefte gevoeld op zoek te gaan naar dat stukje jeugdsentiment.
En dus ben ik razend benieuwd naar wat Tron Legacy gaat brengen. Niet dat ik nu meteen bij de première al in de bioscoop wil zitten. Maar het is wel een gebeuren waar ik reikhalzend naar uit kijk. Alleen, tjah, hoge verwachtingen, daar kan men moeilijk aan tippen.
In ieder geval komt op 7 december de Tron Legacy Soundtrack uit. Volledig gemaakt door de heren van Daft Punk. Een betere keuze zou ik niet hebben kunnen maken. Als je een beetje zoekt, dan vind je in de cloud wel al een volledige streaming versie van de soundtrack. Ik kan u zeggen: ze stelt niet teleur. Ik vond de soundtrack van Inception al bijzonder zwaar de moeite, maar wat Daft Punk doet, dat gaat toch nog een stuk verder. Puur genieten.
“The Grid. A digital frontier. I tried to picture clusters of information as they move through the computer. What did they look like? Chips? Motorcycles? Were the circuits like freeways? I kept dreaming of a world I’d never see. And then. One day. I got in!”
Zitten sinds vandaag in de iTunes en zijn blijvertjes: Arcade Fire // The Suburbs en The National // High Violet. Samen goed voor 114 minuten ondergedompeld worden in vreugde over nostalgie tot zwaarmoedigheid en alles wat daar zo’n beetje tussen zit.
Lees ik bij Litrik en Pietel dat er vanaf 1 februari de heffing op blanco DVD’s/CD’s wordt uigebreid naar alle digitale dragers. Dat wil zeggen: iPods, MP3 spelers, harde schijven, etc. Kortom: alle digitale dragers. Het gaat zelfs tot 9 euro per terabyte! Niet bepaald een heffing die de consument niet in zijn portefeuille zal voelen.
Is dat een slechte zaak?
Ik denk dat Larry Lessig, uitvinder van de Creative Commons, het heel erg goed verwoord in deze video:
Oude business modellen werken niet in een nieuwe context waar het begrip ‘intellectueel eigendom’ botst met de realiteit dat drager en intellectueel goed niet meer één en dezelfde economisch exploiteerbare entiteit vormen. Als we iets van de noughties zullen onthouden, dan is het wel dat piraterij mainstream is geworden.
Wat is de rol van publieke overheden hier dan in? Recht heeft altijd al de neiging gehad om achter te lopen op reeële situaties. Het is de rol van de wetgever om in te spelen op die verandering en een eerlijke balans te vinden tussen rechten en plichten van alle betrokkenen.
In het geval van auteursrecht lukt dat blijkbaar niet. Meer zelfs, het opleggen van een a priori taks waar de consument geen enkele nieuwe rechten kan aan ontrekken – vrij kopiëren blijft nog altijd een misdrijf – trekt die balans juist verder scheef.
Volgens mij heeft de weg die Vincent Van Quickenborne – en de politieke reactie in brede zin – is ingeslagen vooral deze drie gevolgen:
Het opwerpen van extra drempels verhindert de introductie van nieuwe (mobiele) technologieën. Extra heffingen zijn absoluut geen economische stimulans. Het zet de consument aan om de knip op de geldbuidel te houden en een alternatief te zoeken. Stel dat men ook nog beslist om dezelfde heffing op internetverbindingen te halen, dan mag men er gerust van uitgaan dat België nog verder zal zakken in de lijst van landen met een hoge graad van aansluitingen.
Het averrechtste effect dat zo’n heffing kan/zal hebben leidt juist tot minder omzet. De inkomsten van de heffing zullen nooit het verlies kunnen dekken. Artiesten klagen terecht steen en been en dat heeft ook impact op de kwaliteit van hun werk. Wie wil nog professioneel veel tijd en moeite in origineel en vernieuwend werk steken als niemand erin wil/kan investeren? De drempel voor jong talent naar een professionele carrière wordt alleen maar groter en wat labels op de markt brengen zal juist meer van hetzelfde zijn.
De huidige regelgeving criminaliseert innovatie en creativiteit die in de wereld van de nieuwe media een vruchtbare voedingsbodem vinden. Ze bestendigt het gebruik van oude business modellen die helemaal niet passen in de nieuwe realiteit en ze verhindert de ontwikkeling van nieuwe exploitatiemogelijkheden van intellectueel goed. De kopieerheffing is in die zin een puur protectionistische maatregel. Een dergelijke heffing betekent het verhogen van de inzet in de wapenwedloop tussen piraten en overheid terwijl vooral de eerlijke consument daar de dupe van wordt.
Het is natuurlijk makkelijk om de huidige heffing af te schieten. Maar wat is dan wel de oplossing? Hoe kan je de belangen van mensen die intellectuele arbeid verrichten verenigen met de wensen van de consument?
Met een gratis alternatief, kan geen enkel goed bedacht business model concurreren. De stunt van Radiohead om downloaders van hun album ‘In Rainbows‘ zelf te laten bepalen wat ze willen betalen toont aan dat intellectueel goed sterk is gedevalueerd. In Zweden lijken repressievere wetten dan weer te werken. Door ISP’s te dwingen illegale activiteiten te rapporteren heeft de omzet van de legale verkoop zich deels hersteld. En de zweden zijn een nieuwe politieke fractie rijker!
Een repressieve aanpak is slechts de helft van het verhaal. Het zou interessanter zijn mochten overheden rechtstreeks en onrechtstreeks onderzoek naar nieuwe exploitatiemogelijkheden. Mobiele platformen zijn hierin de way of the future.
Daarnaast horen overheden de consument ook voor te lichten over e-commerce en on line kopen. Nu pas begint e-commerce eindelijk van de grond te raken, maar het is ook aan de overheid om actief te stimuleren en consumenten voor te lichten. Het ‘Internet voor iedereen’ programma is een goede stap, maar zonder duidelijkheid over de mogelijkheden – wat wel en niet kan – schiet het zijn doel voornamelijk voorbij.
Tenslotte zou men ook jonge artiesten en kleine on line labels kunnen stimuleren met toegankelijke subsidies. Meer zelfs, beperk de macht van obscure organisaties zoals Auvibel en Sabam die consumenten terroriseren en waarvan onduidelijk is waarhun inkomsten naar toe gaan. Investeer rechtstreeks in artiesten en labels via transparante kanalen!
Afin, ik maak wel dat ik nog een paar extra harde schijven insla voor begin februari.
Laatste reacties