CD
- Elephant – The White Stripes
- The resistance - Muse
- Classics – Ratatat (bestelling)
- LP3 – Ratatat (bestelling)
DVD
- Elizabeth (1998)
CD
DVD
Op aanraden van Johan had ik gisteren de documentaire Good Copy, Bad Copy op mijn iPod gezet en op de Eurostar bekeken. Een aanrader voor wie de problematiek rond copyright, creativiteit en technologie beter wil begrijpen.
Gezien bij Marc
Gisteren op Canvas draaiden ze nog eens Marie-Antoinette van Sofie Copolla. Ik heb die thuis liggen. Eerlijk gezegd, ben ik wel wat fan van historische madammen en deze in het bijzonder. Ik ben ook wel een beetje fan van groots opgezette kostuumdrama’s.
En kijk, er zit weer iets in de pijplijn! The Duchess met Ralph Fiennes en Keira Knightley! De theatrical trailer is alleszins om de vingers van af te likken.
History buffs, u weet wat u te doen staat!
Ah ja, sinds een week of wat hebben we in Brugge eindelijk ook een fnac! In de drie verdiepingen van het voormalige ING kantoor op de Markt werd de volledige speelgoedwinkel geïnstalleerd. Vandaag zijn we eens gaan verkennen. En natuurlijk hadden we beter onze portefeuille thuis gelaten.
Ik heb gekocht: My name is red van Orhan Pamuk, The Kite Runner van Khaled Hosseini en van mijn schat heb ik een film gekregen, 1492: Conquest of Paradise. Zij heeft dan weer meteen een hoesje voor haar nieuwe iPod gekocht en een stevige pil van een fotoboek.
De nieuwe winkel had ook wel wat aantrok want ondanks het weer en het feit dat het zondagmiddag was, kon je er op de koppen lopen. En er worden nu nog een pak mini-optredens in het Fnac-café gegeven om de opening te vieren en al.
Ik mag mezelf trouwens ook sinds vanmiddag Fnac Lid noemen. Voor 10 euro tekende ik meteen voor drie jaar voordelen, kortingen en what-not. Mja, dat spaarvarken van mij begint ondertussen een Somalische lijn te krijgen.
Ik denk dat Karel het allemaal al verwoord heeft.
Gisteren hadden wij aldus afgesproken voor een zoveelste film night. Wij, dat waren Karel, Eline, Mirthe, Wouter, Sara, Greet, Tim en mezelve. Afspraak aan de Sfinx waarna het via een klein omwegje richting McDonalds ging voor een klein fastfoodgelag. Daarna trokken we naar de Decascoop (of Kinepolis Gent) om daar van de nieuwste Indy te genieten.
En ja, hij… is… goed! Fantastisch zelfs. Klasse. Ik was wat sceptisch over het feit dat de Nazi’s door de Ruski’s zouden zijn vervangen. En ik was even bang dat het een hele film lang gezeik zou zijn van “Wat zijn wij oud!” Maar al bij al viel het mee. Uiteindelijk kon de film mijn aandacht vasthouden van A tot Z. En dat zegt wel iets over de kwaliteit. Veel actie en humor zoals we dat gewend zijn. En natuurlijk ook een pak CGI want we leven nu eenmaal in zulke tijden. Maar de typische speelse no-brainer sfeer is bewaard gebleven. Alleen, naar mate het verhaal vorderde bleek het uitgangspunt steeds verder en verder gegrepen te zijn. De apotheose was bijzonder imposant en de spanningsboog ernaartoe was heel mooi opgetrokken, maar toch bekroop mij het gevoel dat het met heel wat minder bombardie nog een stuk beklijvender zou zijn geweest.
Afin, zeker de moeite waard om te bekijken!!
O ja, Wouter wees ons erop dat Spielberg iets heeft met koelkasten. Telkens er een frigo in beeld zou komen, dan loopt het in de 5 minuten die volgen serieus fout. Tijd om nog eens nostalgisch te worden en de volledige DVD box in huis te halen!
Hilarische toestanden uit Brain Donors (1994). Nog altijd één van mijn favoriete films. Gebaseerd op het werk van de Marx Brothers maar zeker geen flauw afkooksel. Als je de kans krijgt: zeker eens bekijken, dit moet de film zijn met het hoogst aantal lollen en one-liners per minuut.
Olie. Een ganse avond lang. Eergisteren trokken collega J. en ik naar de UGC voor een avondje kwaliteitsfilm: There Will Be Blood met Daniel Day-Lewis. Goed voor een oscar en met véél lovende kritieken.
Het is op zijn minst een doorwrochte film. Regisseur Paul Anderson baseerde zich op het boek Oil! van Upton Sinclair. In 150 minuten wordt het verhaal verteld van een zilvermijnman die aan het begin van de 20ste eeuw op zoek gaat naar olie. Tegen de achtergrond van een Amerika in volle economische expansie wordt hij een oliebaron. Alleen heeft hij het lot niet mee want ondanks zijn fortuin krijgt hij af te rekenen met tal van persoonlijke beproevingen.
Dit is echt een film van episch formaat. In de eerste plaats door de magistrale acteerprestatie van Day-Lewis (daar alleen voor de moeite waard!). Daarnaast wordt is het ongelofelijk hoe de Midwest anno 1900 in beeld werd gebracht. Wie es gewesen wass. Ook qua verhaal vond ik het een heerlijke film. De hoofdpersonages maken een hele ontwikkeling door en de opbouw naar het einde vond ik werkelijk super. Vooral de botsingen tussen Eli Sunday en Daniel Plainview zijn een geniale uitting van de gewrochtheid van een Amerikaanse tijdsgeest vol tegengestelde waarden. Ook de muzikale score was dik in orde en bracht de sfeer er helemaal in.
Alleen, het is niet bepaald licht entertainment. Dit is betrekkelijk zware kost. Niet dat er op goedkoop sentiment of wordt gespeeld, maar bij momenten gaat het er vrij hard en cynisch aan toe. Zo hard zelfs dat de zaal moest lachen. Bovendien ligt het tempo bijzonder traag. Verwacht geen flitsende dialogen of keiharde actie. Alles draait rond het onderdompelen van de kijker in de sfeer en de lankmoedigheid.
En toch. Ik vind dat hij terecht een oscar verdient. Als je eens wil genieten van een epos zonder weerga: zeker kijken.
Aan de tramhalte onder de KBC building, staan er van die JC Decaux reclamezuilen. Soms wordt daar al eens mee geëxperimenteerd. Tegenwoordig zit er in de reclameaffiche van Horton een LCD scherm met de trailer van de film. En er is ook een grote uitnodigende rode knop voorzien. Wat doen en mens als je daar om 12u ‘s nachts passeert? Daar op duwen natuurlijk!
Je zal er maar wonen of zo.
Ik trok nog een laaste keer aan mijn sigaret. De peuk lichtte op in het duister van de nacht. Het oranje straatlicht overstemde eigenlijk alles inclusief de laatste sterren. Ik duwde de peuk uit in één van de assenbakken en keek nog even rond. In het portaal stonden nog twee ineengedoken figuren. De weeë geur van een joint vervulde de lucht. Een blik op mijn uurwerk vertelde mij dat het tijd was.
Film. Niet zomaar film maar cult. Op live muziek. Dat wilde ik beleven. De locatie, een gebouw waar in een recent geleden nog een stapelplaats huisde, was er meer dan geschikt voor. Muren gevuld met half afgescheurde, scheefgeplakte affiches werden rood belicht door een paar spots. Uit een projector gleden beelden over het anders kale beton. Ik stapte een donkere zaal waar doorgaans hippe feestjes werden gegeven, binnen. Op de parterre waar ooit oude industriële machines stonden maar tegenwoordig op de meest doordeweekse zaterdagavond bier en andere alcoholische drank wordt gemorst, waren nu cinemazetels opgesteld. Het publiek vulde de plaatsen maar half. Op de mezanine stonden een stuk of wat mensen leunend tegen de reling. Schaduwen in het donker.
Ik was wat aan de late kant want de performance was al begonnen. Op het podium waren vier jongens geconcentreerd tussen drums, synthesizers, mengtafeltjes, gitaren en micro’s. Achter hen werden op een groot scherm scènes uit een film geprojecteerd. Een Japanse western. Qua contradictie kan het Sergio Leone’s spaghettiwesterns overtreffen. Ik nam de trap naar beneden en nestelde mij knus in een zetel. De pint die ik aan de bar had gekocht zette ik naast mij neer. Twee rijen voor mij zat er een koppeltje. Ze hadden meer oog voor elkaar dan voor de film. Zij had een zakje pindanootjes mee waar hij af en toe een paar uitplukte.
Het geluid van de film werd voor rekening van de band op het podium genomen. Terwijl ik op hun elektronische soundscape werd weggevoerd, ontvouwde zich een drama op het scherm achter hen. De slechterik, compleet met ooglap en snor in schoensmeer, had dan wel een Japanse schone geschaakt, de held rekende genadeloos op een crescendo van elektro met hem af. Ik genoot van de laatste noten terwijl de aftiteling over het publiek rolde. Het koppeltje stond al snel op. Hij keek vragend naar haar. Zij knikte en ze gingen samen naar de bar om wat na te praten met vrienden. Ik besloot te blijven zitten in het gezelschap van mijn glas bier. Te wachten op de volgende voorstelling. Het programma was goed gevuld en de avond was nog jong.
Vanavond ben ik met Eline, Mirthe, Suiadan en Osahi naar een filmpje gaan pikken in de Decascoop Kinepolis Gent. We hadden afgesproken om eerst een hapje eten. Dat werd dus op de Vrijdagmarkt. Vrij letterlijk want met het zonnige weer stonden de terrasjes al uit en daar profiteerden we van. Het was nochtans niet bepaald warm en de dienster was een tikje onder de indruk dat we toch buiten wilden zitten. Het viel nochtans verbazend goed mee. Een warme jas was wel een must. Nog nooit meegemaakt, zo vroeg op het jaar zo ‘s avonds buiten kunnen eten.
Zo iets voor zevenen trokken we naar Ter Platen. We hadden immers gekozen voor Sweeney Todd. Johnny Depp en Helena Bonham Carter die zingen? In een Tim Burton film? Dat moésten we toch wel gezien hebben.
Het verhaal zelf: Sweeney Todd is een barbier met een voorliefde voor het planten van zijn vlijmscherpe barbiersmessen in de halzen van zijn clientèle. De lijken worden door zijn partner-in-crime en taartjesverkoopster Mrs. Lovett vakkundig in de stuffing gedraaid en verkocht. Todd moordt uit wraak nadat hij ten onrechte was veroordeeld en aldus zijn gezin kwijtraakte. Zijn opperste doel is het doden van de rechter die hem dat lapte en tevens ook zijn dochter inpikte. Intussen dunt hij ineens ook half het 19de eeuwse mannelijke Londen uit. Geen makkelijk uitgangspunt om daar een lichtvoetige horror-musical van te maken (bestaat dit genre?)
Eerlijk gezegd wist ik niet goed wat ik ervan moest verwachten. Maar al snel bleek het vrij goed mee te vallen. De typische Burtonesque sfeer was er wel. Je weet wel, de fantasierijke decors, karakters en kostuums. Alleen viel dat aspect ietwat naar de achtergrond omdat het eigenlijk om een musical gaat. Dat zijn we niet gewoon en dus was het even terug wennen aan de zingende acteurs. Depp en Carter brachten het er zeker niet slecht van af. Alhoewel, in postproductie kan je geluid vrij goed rechttrekken. De trukendoos zal ook hier ongetwijfeld aangesproken zijn. Hilarisch en fijn was het optreden van Sacha Baron Cohen. En ook de anderen deden dat niet slecht. Dik in orde qua acteerwerk. Er zit ook genoeg vaart en plottwists in het verhaal zodat je aandacht niet meteen verslapt. Een knappe prestatie voor een fim van goed 120 minuten tegenwoordig. Sommige elementen blijven wat in de wind hangen. Wat met de dochter van Todd? En hoe zit dat met Anthony?
Al bij al is het uitbrengen van een musicalfilm niet zo evident. Maar het moet gezegd: dit is een geslaagde demonstratie dat het genre zeker niet hoeft te worden begraven.
Ah! Indy returns! Jawel, jawel! Maar dat wisten we al. Indiana Jones and the Kingdom of the Crystal Skull zou het vehikel moeten heten. Waarom ook niet? Qua actiehelden staat Indiana ongeveer op gelijke hoogte met James Bond in mijn lijstje.
Natuurlijk, Harrison Ford wordt er ook niet jonger op. De mens is verdorie ouder dan mijn eigen vader. Vergeten we ook niet dat het ondertussen ook al weer dertig jaar geleden is dat hij als Han Solo schitterde in Star Wars. Enfin, u begrijpt…
Ondertussen is er ook een trailer vrijgegeven. Je kan die in High Definition bekijken! Het ziet er allemaal best veelbelovend uit. Zweep? Check. Hoed? Check. Leren jasje? Check. Alleen vrees ik een beetje voor flauwe inuendo over de leeftijd en een overdaad aan computergegenereerd visueel geweld. Ik zou nummer vier liever niet dezelfde weg zien opgaan zoals Die Hard. Vingers gekruisd houden dan maar…
Goeie vraag eigenlijk. Welke is/zijn dan mijn absolute favoriete lievelingsfilm(s)? Ik heb niet meteen een lijffilm. Maar er zijn er wel een pak die ik keer op keer opnieuw kan bekijken.
Eerlijk gezegd vind ik het nogal moeilijk om een lijstje te maken. Want lijstjes zijn per definitie te beperkt. Mijn filmsmaak is uiteraard niet te herleiden tot die paar films in het lijstje. Het zijn er maar een paar want ik kan eigenlijk blijven opsommen. ‘t Zijn sowieso films die mij nooit gaan vervelen of waar ik elke keer wel weer iets nieuws in zie.
Zonder veel gedoe: een lijstje regisseurs waarvan ik vind dat ze een aardig oeuvre hebben.
Hm. Veel uitleg hoort daar niet bij. Ik zou er nog Steven Spielberg bij kunnen gooien, maar dat ga ik niet doen want die is hors categorie. Op nummer één staat bij mij wel Michael Mann. Oké, zijn films zijn doorgaans beladen actie-drama’s maar, man, die fotografie! Hoe er met kleur en licht wordt gespeeld, camerastandpunten, hoe het in beeld wordt gebracht! De shootout in hartje LA in Heat is ronduit legendarisch. En Collateral met Tom Cruise en Jamie Foxx is pure eyecandy.
Mijn lijstje is natuurlijk niet exhaustief want er zijn nog zovele andere regisseurs met een prachtig palmares. David Lynch om er maar eentje te noemen. Of zelfs John Woo die binnen zijn genre best wel leuke dingen heeft gedaan. Alleen kunnen die mij zo niet bekoren.
Ik wilde Elizabeth: The Golden Age toch wel gezien hebben. De film brengt een deel van de Engelse Koningin Elizabeth (1533 – 1603) en haar hofhouding in de woelige jaren 1580 tegen de achtergrond van de Engels-Spaanse oorlog, de intrige met Mary, Queen of Scots en de frictie tussen de Engelse Kerk en de Katholieke Kerk. Stof genoeg dus voor een onderhoudende film. Zo zorgde regisseur Shekar Pakhur voor een geslaagd precedent. Tijd dus voor een sequel. Kan die de verwachtingen inlossen?
Wel, ik kan u alvast vertellen dat het een mooi kostuumdrama is geworden. Alles is tot in de details verzorgd en door betere camerawerk heel mooi in beeld gebracht. De decors, de kostuums, alle props tot en met de zeeslag op het kanaal. Het ziet er allemaal indrukwekkend uit. Alleen mist de film jammer genoeg iets om onderhoudend te zijn.
In tegenstelling tot de eerste Elizabeth film uit 1998 valt de verhaallijn een beetje tegen. Ja, er zijn de intriges en de romances moordpogingen. En de dialogen zitten ook best wel goed in elkaar. Alleen valt het verhaal tussen de hoogtepunten nogal eens wat stil. Van een goed opgebouwde spanningsboog is er niet echt sprake. En bij momenten werd de overdaad aan rijkelijk detail net iets teveel om nog aangenaam te zijn. En dus zat ik van tijd tot tijd toch wel een klein beetje verveeld in mijn zetel te wachten tot de film weer wat beklijvend werd. Waarmee ik het verhaal niet totaal wat afkraken want uiteindelijk steekt het nog altijd met kop en schouders uit boven de rotzooi die Hollywood tegenwoordig durft exporteren. Alleen moet je volgens mij toch al wat liefhebber zijn van het genre om echt met volle interesse naar de film te kijken.
De acteerprestaties zijn dan weer top notch. Kan ook niet anders met acteurs zoals Cate Blanchett, Geoffrey Rush en Clive Owen. Ik vond ook dat Jordi Molla een prachtige getormenteerde Filips II van Spanje neerzette. Kortom, de topcast op zich maakt de film dan weer meer dan de moeite waard.
Hoe mooi dit historische drama ook mag zijn, het is uiteraard maar een film en een interpretatie van een wezenlijk deel uit de Europese geschiedenis. Zo beschuldigen heel wat critici de film en de makers op openlijk anti-katholicisme. Hoewel de makers die beschuldiging ontkennen moet ik zeggen dat het er inderdaad nogal wat dik wordt opgelegd. Verder zijn er de klassieke vrijheden die men zich permiteert om de film toch wat schwung mee te geven. Zo toont de film dat Sir Walter Raleigh en Bess Trockmorton vlak voor de finale slag tegen de Armada in het geheim trouwden wanneer Trockmorton zwanger blijkt te zijn. Het huwelijk blijft niet lang discreet en Elizabeth reageert woedend op Raleigh. Even snel verandert haar woede in aanvaarding en nog voor de slag wordt Raleigh alweer in ere hersteld. In werkelijkheid vond de slag plaats in 1588 en de episode tussen Elizabeth en Raleigh tussen 1591 en 1593. Waarmee ik maar wil zeggen: het is zeker geen historisch, gedetailleerde documentaire.
Afin, mijn eindoordeel is dat het een degelijke film is maar ook niets meer. Wie een film over Elizabeth wil bekijken, komt beter uit om de eerste van Pakhur te huren in de videotheek. Deze sequel weet uiteindelijk die verwachtingen niet helemaal in te lossen. Voor de liefhebbers van het genre dus.
Hm. Gisteren heb ik in de Delhaize in mijn mandje een Humo met de gratis ex-drummer film/boek combo gegooid. Ik had de cd van Sarah Bettens reeds gemist (maar wel achteraf besteld, benieuwd of ik hem ga krijgen) dus deze wilde ik niet zo snel aan mij voorbij laten gaan.
Ik ben geen groot fan van Brusselmans. Zijn column in Humo lees ik slechts sporadisch. Eerlijk gezegd vind ik dat hij ver-schrik-e-lijk saai schrijft. Opeenstapelingen van triviale handelingen met tussendoor eens iets om te shockeren. Misschien dat er in zijn novellen toch iets meer diepgang steekt.
Ex-drummer dan maar. Ik heb gisteren goed de eerste vier hoofdstukken gelezen en het viel mij tegen. Het is allesinds een stuk beter dan zijn columns in de Humo, maar zijn schrijfstijl vind ik helemaal niets. Het heeft allemaal nogal veel weg van de opstellen die je schrijft als je een jaar of 10 bent en in de lagere school zit. Grammaticaal correcte volzinnen zijn dan belangrijker dan diepgang die je in je verhaal steekt. Wel, hetzelfde gevoel heb ik bij Brusselmans.
Neemt niet weg dat de inhoud van zijn werk verre van slecht is want hij weet toch spot-on uit-het-leven-gegrepen taferelen te beschrijven. Ach, ik denk dat het zo’n schrijver is waar je helemaal voor of tegen bent. Ik voel mij nu zeker niet aangesproken om zijn volledige oeuvre te verslinden. Benieuwd naar de film ex-drummer eigenlijk…
Gisteren had ik opeens goesting om naar de cinema te gaan. In een moment van impuls wilde ik The Bourne Ultimatum zien. Ik had de eerste twee films zo’n beetje op DVD gezien en ik vond ze best wel oké. Goed, dan maar richting Kinepolis.
The Bourne Ultimatum is het derde deel naar de boeken van Robert Ludlum. Jason Bourne is een killer met geheugenverlies. Stukje bij beetje valt de puzzel bijeen als blijkt dat hij in opdracht van de CIA handelde. Terwijl diezelfde CIA achter hem aan zit trekt hij erop uit om wraak te nemen op de verantwoordelijken die hem na een stevige brainwash hebben ingezet in allerlei clandestiene operaties. Tot zover het verhaal.
Dit laatste deel gaat verder op het elan van de vorige twee films: stevige actie, veel vuurwerk en achtervolgingscènes. Jammer genoeg valt deze prent wel wat tegen. Veel verder dan die actie komt het niet. Bovendien is de ganse film nog een stuk chaotischer dan de vorige twee delen. Veel door elkaar geloop doorheen half Europa en een stukje Afrika. Het verhaal is flinterdun te noemen en de plotwendingen zitten zo slecht in elkaar dat je maar moeilijk kan volgen laat staan dat ze ook maar enigszins geloofwaardig overkomen. De CIA als slechteriken van dienst komen niet veel verder dan veel ruziën, consequent verkeerde beslissingen nemen en getting their asses kicked door Bourne. In zo’n thriller speelt technologie bovenden een belangrijke rol: telefoontaps, hacks, sattelieten, camera’s overnemen. De CIA doet het blijkbaar allemaal met het grootste gemak van de wereld. Qua acteerprestaties vond ik het nu ook geen hoogvlieger: Matt Damon heeft al beter neergezet.
Nu ja, voor een geloofwaardig verhaal moet je niet gaan kijken. Het is eerder een stevige rollercoastertrip voor mensen die van actie houden. Wel je verstand op nul zetten is de boodschap. Overal vond ik dit eigenlijk de minste goeie van de drie films. Een beetje jammer.
Laatste reacties