Ik las Neil Gaiman’s Norse Mythology

Thor, Odin, Loki! Yggdrasil! Freya en Sif! Baldur en Heimdall! De Aesir en de Vanir! Als classicus ben ik vertrouwd met het klassieke pantheon. Met het Noorse? Not so much. Nochtans is die Noorse mythologie bijzonder rijk en niet minder fascinerend.

Neil Gaiman goot de verhalen enkele jaren geleden in een eigen versie en plakte er de titel Norse Mythology op. 300 bladzijden lang is Gaiman je gids doorheen verhalen waarvan we de oorsprong in de tijd is verloren gegaan. Als geboren verteller is Gaiman de geknipte persoon om met dit materiaal aan de slag te gaan. Je merkt dat hij zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke inhoud probeert te blijven zonder dat zijn adaptie een starre, droge koek wordt. Gaiman’s stijl brengt de goden helemaal tot leven.

Hoewel de verhalen op zichzelf staan, loont het om het boek in een keer te lezen om de rode draad door heen de familiale vetes en bondgenootschappen te kunnen volgen. Het loont ook de moeite om even na te denken over de verhalen. In tegenstelling tot de klassieken heeft de Noorse cultuur nooit echt onze Gallo-Romaanse roots kruis bestuifd.

Zo verhaalt Gaiman hoe Thor het land van de Reuzen bezocht, daar allerlei krachtmetingen aangaat… en ze allemaal verliest. Zo vecht en verliest hij tegen een oude vrouw, Eli. Of hij faalt in het leegdrinken van een gigantische hoorn. Hij slaagt er zelfs helemaal niet in om een kat op te tillen. Natuurlijk, de kat en de oude vrouw en de hoorn zijn metaforen die in het verhaal worden toegelicht.

Zo bevat de Noorse Mythologie een eigen kijk op een mensenleven en de wereld rondom ons, vervat met evenveel nuance en fijngevoeligheid als in die andere, veel beter gekende verhalencycli. En Neil Gaiman? Die brengt het geheel samen in een magistraal tableau vivant.

Ik maakte zuurdesem naan brood

Sinds juli houd ik een zuurdesemstarter bij. De gisten en lactobacillen in die starter doen het fermentatiewerk wanneer ik brood maak. Het is een levende cultuur en dus wanneer ik geen brood maak moet ik mijn starter regelmatig verversen. En dus heb ik af een toe een overschot.

Weg gooien is zonde. En dus zoek ik recepten waarin ik die kan verwerken. Deze week maakte ik naan brood.

Het recept is eenvoudig:

  • 1 deel starter (250g)
  • 1 deel bloem (250g)
  • 1/2 deel melk (120g)
  • Een snuif zout (1 theelepel)
  • Een snijf bakpoeder (1 theelepel)
  • Olijfolie (1 eetlepel)

Je mengt alles samen in een kom. Je kneed tot je een massa hebt die niet meer plakt aan je vingers. Voeg wat extra bloem toe indien nodig. je laat het geheel vervolgens een halfuur tot een uur rusten. Daarna verdeel je het deeg in 6 stukken die je vlak rolt of duwt. Tenslotte smeer je de bovenkant van elk stuk in met olie. Je legt het deeg met de besmeerde kant in een hete hapjespan en je bakt gedurende 1 a 2 minuten. Tot je bubbels ziet in het deeg. Je smeert de ongebakken kant in met olie, en je draait het brood om.

Ik heb wat gepeggeld met de hoeveelheden en dit was het resultaat:

Heerlijk smakend naan brood.

Vakantietijd dat is leestijd

Ik heb vakantie. Zo ergens tot vlak voor het einde van de maand. De zomervakantie, dat is de tijd waar ik in de boeken duik. In deze tijden is lezen meer dan ooit een waardevolle bezigheid. Doorheen het jaar houd ik een lijstje van boeken die ik wil lezen bij op Goodreads. Via mijn Kindle duw ik mezelf dan met de spreekwoordelijke druk op de knop in een nieuwe wereld.

Dit is wat er, onder andere, op mijn lijstje staat, in geen bijzondere volgorde:

  • Orson Scott Card’s Ender’s Game
  • Stephen Chbosky’s The Perks of being a Wallflower
  • Chuck Palahniuk’s Fight Club
  • Neil Gaiman’s The Ocean At The End of the Lane
  • Stephen Fry’s Mythos: The Greek Myths retold
  • Neil Gaiman’s Norse Mythology
  • Isaac Asimov’s Foundation
  • Thomas Mann’s The Magic Fountain
  • Madeleine Miller’s Circe
  • Ann Lowenhaupt Tsing’s The Mushroom at the End of the World
  • Siobhan Robert’s Genius At Play. the Curious Mind of John Horton Conway
  • Hans Rosling’s Factfulness

Ik ben momenteel bezig in Kurt Vonnegut’s Slaughterhouse Five. Een stuk Americana dat wel binnen komt. Over de verwoesting van Dresden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik schrijf er later iets meer over. Neil Gaiman’s Norse Mythology spreekt mij het meest aan om daarna te lezen. Het heeft er mee te maken dat ik al enkele weken naar Vikings kijk op Netflix.

Al die brainfood zet mij aan het denken. In een sterk veranderende wereld helpt het om te relativeren, te reflecteren en te prioritizeren.

We tripten naar de Ardennen

Ik had vorige week vakantie. En we wilden al lang eens naar Ceci n’est pas un Corps – Expo Hyperrealisme in de Boverie in Luik. We maakten er meteen een midweek Ardennen met nog een aantal dagen in Eupen. Dit is een hele andere hoek van het land die we niet echt kenden. Ver genoeg om het reisgevoel beet te hebben, dicht genoeg dat je er ook weer geen dagen voor moet reizen.

Maar dus, Luik. Hyperrealisme is een stijlstroming in de visuele kunsten waarbij de kunstenaar probeert om op basis een schilderij, beeldhouwwerk of installatie te maken dat ze nauw mogelijk aanleunt bij de realiteit. Het resultaat zijn menselijke beelden waarbij elke sproet en elk haar minutieus werd aangebracht. Ze lijken zo echt dat ze op elk moment zouden kunnen opstaan. Een kunstwerk kan ook een interpretatie zijn die elementen uit het hyperrealisme verwerkt: een torso, een gezicht, een arm,… We liepen er toch dik anderhalf uur gefascineerd tussen de beelden.

Daarnaast bezochten we ook het Guillemins, het station ontworpen door Calatrava. Heel bijzonder om te zien wat er zoal met beton mogelijk is. De betonnen bogen lijken op een schelp die over de perons ligt, terwijl de ondergrondse doorgang nogal wat weg heeft van een onderzeese grot die bij laagwater droog is komen te staan. Ik vind het een architecturaal hoogstandje.

We bleven maar een middag en avond in Luik. Veel van de stad hebben we niet gezien. Hoe zou ik Luik omschrijven? Een grootstad, maar dan wel eentje die duidelijk te lijden heeft gehad onder de economische impasse van de laatste decennia. Een potpourri van statige parken en classicistische gebouwen afgewisseld door lelijke appartementsblokken en buildings.

Eupen was niet zo gek veel verder rijden. We huurden er een appartmentje in de benedenstad, vlakbij de rivier de Vesder. En een fantasisch ijssalon met een ietwat norse uitbater. Onze eerste uitstap was naar de dam en het meer van Gileppe. Een typische schoolreisbestemming. Ik was er 25 jaar geleden al eens geweest. Het is gek hoe een beeld in je herinnering iets anders wordt dan in het echt.

Onze tweede uitstap ging richting Monschau. Ik wilde graag eens de Vennbahn zien. Al was het maar omdat het een unieke grenssituatie gaat. Met dank aan het Verdrag van Versailles. Tegenwoordig is het een mooie fietsroute. Met de elektrische fiets eens een stukje rijden vonden we een fijn idee voor de toekomst.

Onze laatste uitstap was een wandeling in de Hoge Venen. Vanaf de Baraque Michel stapten we naar het Kruis van de Verloofden. We wilden graag even de benen strekken over de typische houten planken bruggetjes. Helaas, tegenwoordig is die route verhard met tonnen dolomiet steentjes. Het oude hout zie je nog steken tussen de stenen, maar op de route die we hadden uitgestippeld waren er geen intacte bruggetjes tussen het veen. Neemt niet weg dat het genieten was van de natuur op een warme, zonovergoten zomernammiddag.

Op vrijdag ging het terug huiswaarts. We keren zeker en vast nog terug. Met dank aan het fijne vakantiegevoel dat we mee namen.

Ik bakte een overheerlijk zuurdesembrood

Ik had even geleden het plan opgevat om een zuurdesembrood maken. Vandaag haalde ik dit mooi, luchtig, stevig, krokante brood uit onze oven. Exact zoals zuurdesem hoort eruit te zien en te smaken. In de afgelopen dagen had ik gelezen dat het niet zo eenvoudig is om dit brood te maken. Schets mijn verwondering en geluk met dit resultaat na een eerste poging. En dus deel ik graag even wat ik geleerd heb en welke weg ik heb afgelegd.

Er bestaat een eindeloze waaier aan recepten, tutorials en workshops die aspirant bakkers leren hoe zuurdesembrood te maken. Het is best wel overweldigend om wegwijs te geraken uit al die informatie. Brood maken is blijkbaar iets wat tussen wetenschap en kunst steekt. Dit zijn de stukken en beetjes die mij het meeste hebben geholpen:

Ik ben 9 dagen geleden begonnen met het maken van starter. Een goede, actieve starter is de basis voor een luchtig, smaakvol brood. Een starter is eigenlijk een cultuur waarin je actieve gist en lactobacillen ontwikkelt. Brood is immers een gefermenteerd product, net zoals kaas of bier, en een snede brood is dus het gebakken eindproduct van een fermentatieproces. Het ontwikkelen van zo’n actieve cultuur duurt al snel een week.

Ik heb uitsluitend gebruik gemaakt van roggebloem. Waarom roggebloem? Omdat dat een grove bloemsoort is die makkelijk fermenteert. Je zou denken dat fermentatie een kwestie is van op goed geluk een schimmel uit de lucht te plukken, maar eigenlijk zitten de schimmels en organismen die je nodig hebt grotendeels al in je bloem. En roggebloem is een goede bloemsoort om mee aan de slag te gaan. Het kan perfect met andere bloemsoorten, maar ik koos voor rogge omdat de snelle fermentatie meer aanmoediging geeft. Serious Eats maakte een mooie vergelijking tussen bloemsoorten.

Elke avond ververste ik de starter (dus om de 24 uur een voeding). Dit was het schema dat ik volgde:

  • Dag 1: 100gr roggebloem + 100gr water
  • Dag 2: laten rusten
  • Dag 3: 50gr starter + 100gr roggebloem + 100gr water
  • … dito tot en met dag 9: 50gr starter + 100gr roggebloem + 100gr water.

Dit is een verhouding: 1:2:2 met 100% hydratie. Je kan ook minder water gebruiken, 1:1:2 of naar een verhouding 1:3:3 of 2:3:3 gaan. Dat heeft dan impact op de evolutie van de fermentatie, en de consistentie van je starter. Ik koos 1:2:2 omdat dat aangegeven werd in de meeste recepten voor beginners.

Ik heb 2 weckpotten van elk 1 liter. Een pot gebruik ik om actief starter in te laten groeien, de andere staat in de koelkast en bevat de overschot: die kon later nog wel eens van pas komen. Elke avond tussen 21 en 22 uur volgde ik deze stappen:

  • Ik schepte met een houten lepel alle starter in een kommetje over.
  • Ik waste de lege weckpot met heet water en wat zeep volledig schoon, waarna ik de pot goed afdroogde.
  • Dan schepte ik met de houten lepel 50gr starter in de schone weckpot.
  • Ik voegde de 100gr lauw water toe en ik roerde zodat de starter oploste in het water.
  • Ik voegde de 100gr roggebloem toe. Tenslotte roerde ik het goedje goed om met de steel van mijn houten lepel.
  • De overige 200gr ging in de weckpot met overschot.

De weckpot met actieve starter stond op onze dampkap. Het deksel stond een beetje open en de opening was afgedekt met een doekje zodanig dat de starter kon ademen. Ik had een plakker op de pot geplakt zodat ik kon zien hoe de starter evolueerde. De starter stond niet in direct daglicht en ook niet direct in de tocht: een droge, beschutte plaats dus. Onze thermostaat gaf gemiddeld tussen 21 en 23 graden aan in de ruimte. Overdag kan het vrij warm worden binnenshuis, zeker in deze tijd van het jaar.

Het duurde even maar op dag 3 zag ik de eerste belletjes. Op dag 4 begon het goedje stevig te rijzen. Elke morgen bereikte de starter haar hoogtepunt om dan rond de middag terug in te zakken. Bij elke voeding werden de bellen groter. Elke avond merkte ik dat de massa luchtiger werd. In het begin rook het goedje muffig, maar na een aantal dagen kon ik duidelijk een weeë geur van alcohol ruiken: het deed een beetje denken aan verschaald bier, wat in se ook een product van fermentatie van granen is. En tegelijk neigde de geur ook naar de gist die je bij de bakker kan kopen.

De houten lepel? Wel, ik las verschillende malen dat je starter onder geen beding met metaal in aanraking mag komen. Dat blijkt dus iets te zijn van lang vervlogen tijden. In ieder geval, ik had ondertussen de gewoonte om met een houten lepel te werken.

Met de overschot van de starter kan je allerlei extra’s maken. Zoals pannenkoeken. Ik heb een kliek in de hete olie gegooid, bestrooid met lente-ui en sesamzaad. Met een dipsausje van soja en Chinese zwarte azijn is dit best wel een lekker tussendoortje. Eerlijk? Elke dag 200gr overtollige starter verstouwen is best veel. Tenzij je elke dag brood maakt hoef je de starter ook niet dagelijks te verversen. Het fermentatieproces vertraagt sterk in de koelkast waardoor dat slechts een keer week hoeft in plaats van dagelijks.

En dan kwam de eerste dag vakantie en was het eindelijk tijd om brood te maken.

Ik volgde de The One Day Bake planner van Pro Home Cooks. Hoewel je niet de hele dag in de keuken hoeft te wachten, moet je je dag wel rond een aantal sleutelmomenten heen plannen. Als je zuurdesem wil maken, dan neem je best wat slag om de arm en plan je je dag best niet te vol met allerlei andere verplichtingen. Je brood moet doorheen twee cycli van bewerken en rijzen voor het de oven in gaat: dat proces kan je enigszins sturen waardoor je meer flexibiliteit koopt. Ofwel bewaar je je tussentijds in de koelkast, ofwel geef je het rijzen een korte boost in een oven op 30 graden.

Je hebt ook ingrediënten nodig. Het recept van Pro Home Cooks bevat hoeveelheden voor 2 broden. Ik heb alles herberekend voor 1 brood:

De verhouding water tot bloem is 75%. Mijn ervaring is dat je een nogal nat deeg krijgt, of beter, een zeer sticky bedoening. In een volgend brood zou ik iets verlagen naar 72% om iets makkelijker met het deeg te kunnen werken. Naar het schijnt hoort zuurdesem wel een nat deeg te zijn, dus veel lager zou ik niet meteen gaan. Ik koos ook voor 500gr tarwebloem, maar je kan natuurlijk bloemsoorten mengen. Ik heb even getwijfeld om er een deel rogge in te doen, maar voor een eerste experiment bleef ik liever bij het recept.

Je hoeft je niet te beperken tot de basis. Je kan ook allerlei extra’s aan het deeg toevoegen: een zoete toets via honing of vruchtensap, of een hartige ondertoon met zongedroogde tomaat of olijven.

Ik startte de avond voor de bakdag met de voorbereidingen. Naast het verversen van de starter mengde ik het water en de bloem tot een soort shaggy, half gemengde massa. Ik liet de massa tot de volgende morgen onafgedekt op het aanrecht staan. Waarom? Autolyse. Het water verzadigt de bloemkorrels, enzymen starten met het afbreken van de bloemkorrels in suikers (voeding voor de gist!) en gluten starten zich te ontwikkelen. Autolyse zorgt ervoor dat het deeg beter kan worden bewerkt. De fout die ik maakte is om de massa niet af te dekken: ’s morgens had ik een hard toplaagje dat het werken met het deeg niet zo aangenaam maakte. Gelukig had dat geen echte invloed op het uiteindelijke resultaat.

Bloem en water gemengd tot een grove massa, klaar om een nachtje te rusten.

De volgende morgen om 9u begon ik met het mengen van de starter en het zout door het deeg via de fold en stretch methode. Deze techniek bestaat er in dat je het deeg langs een kant optilt, voorzichtig uitrekt en dan op zichzelf plooit. Je draait de kom vervolgens een kwartslag en je voert dezelfde handeling opnieuw uit. Dat deed ik een 6 tot 7 keer, tot de starter en het zout voldoende waren opgenomen.

Op geen enkel moment ben ik beginnen kneden. Het was dan ook no-knead sourdough. De starter en het deeg ondergaan een proces van fermentatie dat CO2 belletjes geeft die het brood luchtig maken, daarnaast zorgt het trekken en plooien voor het verstevigen van de gluten. Begin je in het wilde weg te kneden, dan verstoor je dat proces en maak je de structuur van het deeg kapot. Tip: bevochtig je vingers met water! Zo kleeft het deeg minder aan je vingers.

Ik heb tussen 9u en 11u om de 30 minuten het deeg in de kom getrokken en geplooid. Na 4 keer merkte ik dat het deeg steviger en stretchy was geworden. Het was nog altijd sticky, maar het scheurde niet meer zo snel. Dat was het teken dat er zich een goede glutenstructuur had ontwikkeld in het deeg.

Na 2 uur elke 30 minuten bewerken. Klaar om een eerste keer te rusten en te rijzen.

Tussen 11u en 15u liet ik het deeg afgedekt met een boord op het aanrecht staan om te rijzen. Dit is de bulk rise fase. Na enkele uren piepte ik eens onder het bord en zag ik dat het deeg mooi in volume was toe genomen. Dat waren cruciale uren waarin de desem in het deeg nu echt wel volop actief fermenteerde. Tijdens deze fase zorgde de gist voor de luchtige CO2 bubbels in het deeg. Ik besloot uiteindelijk om het wat extra tijd te geven om het deeg voldoende in volume te laten groeien.

Na 4 uur rusten. Het ziet er plakkerig uit, maar als je voorzichtig bent, kan je het deeg in een geheel uit de kom halen.

Tegen 15u bestrooide ik het aanrecht met bloem. Je wil voldoende bloem gebruiken maar ook niet te veel. Ook al is het deeg plakkerig en kleeft het aan de pot en je handen, laat je niet verleiden om zoveel mogelijk bloem te gebruiken. Ook dat heeft impact op je brood. Met een deegschraper haalde ik het deeg uit mijn pot en liet ik het nog 30 minuten rusten op het aanrecht: het deeg zal mooi plat vallen en dat hoort ook zo.

Ondertussen deed ik een propere katoenen handdoek in mijn rijsmandje en bestrooide ik dat met gezeefde bloem. Dan begon het echte werk: Ik vouwde het deeg enkele malen op net als geschenkpapier: ik pakte de hoeken vast en ik plooide die naar binnen, het midden van het deeg. Dat deed ik enkele keer. De bedoeling is om een soort bol te krijgen met een huid die voldoende onder spanning staat. Let op dat je niet te ver gaat tot het deeg scheurt! De kant met de “naden” die je nu hebt is eigenlijk de onderkant van het brood. Dit proces was ook weer een sticky bedoening: het hielp om mijn handen eerst met wat bloem in te wrijven. Ook hier: niet kneden! Anders maak je de structuur kapot en krijg je een plat brood.

Het deeg van mijn aanrecht plukken was wat gehannes. Gelukkig had ik ook geïnvesteerd in een deegschraper. Met een beetje geduld en voorzichtigheid lukte dat wel. Je zal merken dat het deeg op dit punt wel plakt, maar ook voldoende consistent is dat het mooi bijeen blijft als je het los pulkt. Daarna legde ik het deeg in het rijsmandje, kant met de naden naar boven. Het rijsmandje bedekte ik met een andere handdoek.

Bekijk zeker de filmpjes hierboven om een idee te hebben van de technieken die de pro’s hanteren.

Het deeg kon nu een tweede keer rijzen. Dit is de proofing van het deeg. Dat was een proces dat ik nog eens een dikke 3 tot 4 uur heb gegeven. Eigenlijk laat je het deeg nogmaals rusten en geef je de fermentatie andermaal een kans om een cyclus door te maken. Ik had sowieso het plan om ’s avonds te bakken, maar je kan dit proces ook sterk vertragen door je deeg in de koelkast te bewaren om het dan de dag erna, ’s morgens, te bakken. De experts op YouTube gaven de tip om het deeg in een plastiek zak te steken. Waarom was me niet helemaal duidelijk, en dus heb ik dat ook niet gedaan.

Eindelijk was het moment daar om te bakken. Ik heb een Lodge Iron Cast Combo Cooker aangeschaft zodanig dat ik brood als een Dutch Oven kan bakken. Een Creuset of een Emile Henry zijn uiteraard ook geschikt. Waarom een dutch oven in plaats van gewoon op een bakplaat? Omdat een afgesloten pan het vocht uit het deeg omzet in stoom wat goed is voor de ontwikkeling van het brood en de korst. Dit vond ik een bijzonder spannend moment omdat ik hier met een zeer hete, zeer zware pan moest werken.

Ik verwarmde de oven, met de Logde afgedekt en ingeladen, voor op 250 graden, boven- en onderwarmte (geen hete lucht of zo) gedurende 25 minuten. De lodge stond niet op een grill, maar op de bakplaat: dat was een tip van Pro Home Cooks. Zo vermijd je dat de onderkant van het brood aanbakt.

Na 25 minuten haalde ik de Lodge uit de oven (opletten voor de vingers! Dit is enkele kilo heet ijzer!). Ik haalde de handdoek van het rijsmandje en legde bakpapier over het deeg. Dan draaide ik het mandje voorzichtig om zodat het deeg op het papier terecht komt. Vervolgens was het kwestie om voorzichtig de handdoek van de bovenkant van het deeg te halen. Tenslotte nam ik de vier hoeken van het papier vast en plaatste ik het geheel in de Lodge. Met een schaar knipte ik het overtollige papier weg.

Tenslotte is er de scoring van het brood. De bedoeling is dat je een of meerdere insneden maakt zodat je brood mooi kan uitzetten, en je het typische crusty “oor” krijgt op een zuurdesembrood. Ik maakte gebruik van een scherp fileermes, maar eerlijk gezegd is een scheermesje echt wel het handigste om een proper insnede te maken. Zodra ik dat gedaan had ging het deksel op de pot, en het geheel terug in de oven.

Ik bakte het brood gedurende 20 minuten op 250 graden. Dit is het spannende deel want nadien mag het deksel van de pan. Dat was het moment suprême: Mijn brood was mooi gerezen in de pan door de warmte en had ook een mooi beginnende korst: de oven spring. Succes! Ik liet mijn brood nog eens 20 minuten bakken bij 230 graden zonder deksel. Het brood ontwikkelde een mooie, diepbruine korst. Dat was een proces dat ik van minuut tot minuut kon volgen. Na 20 minuten maakte het brood een mooie en afgewerkte indruk. Ik zette de oven uit en ik liet het brood nog eens 20 minuten in de oven afkoelen met de ovendeur op een kier: dat proces zorgt ervoor dat de korst verder kon ontwikkelen.

De temperaturen heb ik wat met de natte vinger bepaald. Sommigen zeggen dat je moet bakken op 230 graden, anderen op 260 of zelfs 270 graden. Ik koos voor een gulden middenweg. Ook naar baktijden heb ik een beetje een gulden middenweg genomen tussen alle verschillende baktijden die ik ben tegen gekomen.

Na een uur kon het brood uit de oven gehaald worden. Ik heb het nog eens een dikke 2 uur laten afkoelen en rusten vooraleer we het durfden aan te snijden en te proeven met een stukje zoute boter. Heerlijk! Precies zoals het hoort te smaken! Het was bovendien een brood met een mooie luchtige structuur door de uitgezette gassen die het resultaat waren van het lange fermentatieproces.

Wat heb ik geleerd?

  • Zuurdesem is een beetje een teamactiviteit: je werkt samen met de micro-organismen die het deeg fermenteren. Als bakker ben je verantwoordelijk om de juiste omstandigheden te scheppen zodat het deeg zich kan ontwikkelen. Je controleert het resultaat dus eerder indirect.
  • Er komt wat techniek bij kijken, maar niets dat wat ik als “voor gevorderden” zou omschrijven. Het deeg mag dan bij momenten plakkerig en lastig handelbaar lijken, het is vooral een kwestie van vertrouwen om door te zetten.
  • Dit vraagt wat toewijding. Niet dat ik elk uur hiermee bezig was, maar de starter en het deeg zijn levende culturen die je aandacht en tijd vragen. Voor mij was het ook een proces van leren observeren: wat gebeurt er in de starter? Hoe ruikt het geheel? Wat gebeurt er als ik lauw eerder dan koud water gebruik? Wat gebeurt er in de koelkast? Hoe ziet het deeg er nu uit? Hoe voelt het deeg aan qua consistentie?
  • Het proces valt uiteen in best wel een aantal stappen over verschillende dagen. Een zuurdesem maak je niet op een verloren zondagmiddag.
  • Je hebt wat specifiek keukengerei nodig, maar dat hoeft ook geen honderden euro’s te kosten. Zo kocht ik de Lodge voor een fractie van de prijs van een Le Creuset. Ook het rijsmandje en een deegschraper vind je makkelijk online terug.
  • Mijn starter steekt nu in de koelkast. Zo hoef ik die slechts eens om de week te verzorgen. Een goed ontwikkelde starter is het halve werk, dus ik kan volgend weekend al vrij snel een volgend brood maken.

Dit is voor mij zeker en vast voor herhaling vatbaar. Benieuwd of ik dit resultaat andermaal kan evenaren.

Een greep losse gedachten

Ik bedacht me dat ik zo niet veel zin had om over een welbepaald onderwerp te schrijven. Dat gebeurt wel vaker. Terwijl ik zo in het voorbije kwartier in het niets zat te staren, realiseerde me dat ik wel een pak losse bedenkingen en observaties had gemaakt. En dat ik die hier ook zo gewoon kan pennen want het is per slotte rekening, hier wel mijn eigen blog. Neh en al.

Ik mis een overzicht van goede blogs. Of beter, een gecureerd overzicht van blogs. Vroeger staken er in mijn RSS reader enkele tientallen blogs, het overgrote deel is er vandaag niet meer. Ik heb het vage idee om daar een klein creatief project rond te doen. Wat precies is me nog niet helemaal duidelijk.

Sinds begin mei maak ik dagelijks in een Markdown bestand aan waar ik alles waar ik aan werk tijdens de werkuren in bij houd. Ik heb in een aparte terminal Vim open staan. Ik bewaar de bestanden in een Git repository. Ik heb nu twee primitieve Bash scripts om een aantal dingen te automatiseren. Er is veel ruimte voor verbetering, dus ik denk om iets beter in Perl of zo te schrijven.

Ik draag een mondmasker in de winkel of op de trein. Doorgaans is dat nooit langer dan een uurtje. Vandaag was de eerste keer dat ik een masker meerdere uren droeg. Al bij al viel dat goed mee. Het enige problematische blijft het aanwasemen van mijn bril. Een klein ongemak dat ik graag verdraag voor het grotere goed.

Mijn zuurdesem starter heeft de eerste 24 uur achter de rug! Ik heb nu een soort kleverige, viscose, grijze massa. Ik heb er even in geroerd om er wat lucht in te brengen. De bovenste toplaag, een drietal millimeter dik, zag er iets donkerder uit dan de materie daar onder. Het geheel ruikt zoals het er uit ziet: eerder muffig dan zurig of zoet. Voorlopig geen tekens van fermentatie zoals luchtbellen of uitzetten. Morgenavond geef ik de eerste voeding, ik verwacht pas activiteit komend weekend.

Ik heb me net ingeschreven op The History of the Web newsbrief. Een tip die Jeremy Keith vermeldde op zijn blog. Naar het schijnt zijn e-mail nieuwsbrieven the new hot way of publishing. Substack schijnt een aantal interessante mensen te hosten. Ik probeer mezelf wat tegen te houden: er is maar zoveel tijd om te lezen. Selectief zijn in wat je wil lezen is de een notwendigkeit.

Zuurdesembrood: een eerste poging

Ik heb net een zuurdesem starter gemaakt uit 100 gram water en 100 gram roggemeel. Als alles goed gaat, dan heb ik over een dikke week een volume gist waarmee ik mijn allereerste zuurdesembrood kan maken. Zo’n brood maken is vooral een kwestie van tijd en geduld. Veel geduld. Maar als ik zie wat anderen maken, zoals Babish van Binging with Babish, dan vind ik het wel de moeite om het ook te proberen. Al was het maar omdat ik een goed gebakken brood zo ongelofelijk lekker vind.

Bakken is mij niet geheel vreemd en ik heb in het recente verleden experimenten met brood uitgevoerd. Alleen was dat toen met een basisrecept, droge gist, binnen enkele uren en zonder al te veel rekening te houden met de “regels van de kunst”. In dit project wil ik er net iets meer bewust mee bezig te zijn, en dus verdiep ik mij ook iets meer in wat er allemaal komt kijken. Een heleboel blijkbaar. Leerrijk en intrigerend is het allemaal zeker. En dus benieuwd waar dit hobbyproject mij heen gaat voeren.

Er beweegt wat achter de schermen

Ik ben reeds enkele weken af en aan wat meer liefde aan het geven aan de mechanica onder de motorkap van mijn blog. De laatste keer dat ik zwaar heb omgekat dateert alweer van 2016. Ik heb dan wel alle updates en upgrades van WordPress en bijhorende plugins opgevolgd, maar dat is dan ook wel het minimum minimorum. Dit is waar ik zoal aan heb gesleuteld of nog aan het sleutelen ben:

  • Het contactformulier heb ik off line gehaald. In die 4 jaar kreeg ik slechts een enkele keer via deze weg een valid bericht, naast heel wat spam. Na een half leven on line ben ik ervan overtuigd dat e-mail de meest robuuste manier is om te communiceren.
  • Google Analytics heb ik ingeruild voor Matomo. Ik wil Google principieel niet helpen bij het in kaart brengen van hun surfgedrag op het web.
  • Ik heb Yoast SEO ingeruild voor The SEO Framework en XML Sitemaps. Hoewel Yoast een handige plugin is, begonnen alle toeters en bellen te hard te storen. Yoast SEO is handig als je doel is om zoveel mogelijk mensen te bereiken. Een persoonlijke weblog heeft die doelstelling uiteraard niet.
  • Betere caching via WP SuperCache, Autoptimize en WP YouTube Lyte. Niet dat mijn site zo veel traffiek genereert, maar hoe sneller pagina’s laden, hoe beter. Al was het maar dat snelheid ook een factor van belang is om zoekrobots gelukkig te kunnen maken.
  • GDPR compliant maken. Ik heb opinies over de GDPR. Veel opinies. Maar die deel ik later wel eens. Ooit. Of zo. Ondertussen ben ik aan de slag om aanstonds een cookie consent banner operationeel te maken.

En dan zijn er nog allerlei kleinere zaken die ik op korte termijn zou willen tunen. Zo heb ik een lijstje van kleine aanpassingen aan de stylesheets, en verder ook nog een paar kleine functionele wijzigingen. Dingen die op zich snel gebeurd zijn.

Tegelijk denk ik er ook over na om op middellange termijn mijn blog nog eens volledig om te katten zodat ze beter reflecteert wie ik vandaag ben en waar ik voor sta. Voorlopig staat alles nog open en heb ik nog geen concrete richting hoe dat moet gebeuren, behalve dan dat het iets is dat ook geen jaren op zich zal laten wachten. Hoe dan ook, het is een project naast de vele andere projecten die in mijn hoofd zitten en er zijn uiteraard slechts 24 uur in een dag.

Er beweegt in elke geval iets, en dat is sowieso altijd een goede zaak.

Public Service Broadcasting

Ik heb een nieuwe superfijne muziekgroep ontdekt. Public Service Broadcasting maakt alternatieve britrock gebaseerd op oud archiefmateriaal van de BBC en andere bronnen. Het resultaat zijn enkele zeer te pruime platen met thema’s zoals de Tweede Wereldoorlog, Vooruitgangsdenken, Technologie, The Space Race en de Welsh Coal Mining.

Eerder dan eigen vocals maken ze handig gebruik van samples uit het audiomateriaal om er eigen verhalen mee te weven in nummers zoals Go, Spitfire, Gagarin, People Will Always Need Coal of Everest. Uiteraard zijn de clips dan toepasselijk gemaakt uit het bijhorende videomateriaal.

Zoals E.V.A bijvoorbeeld, over Alexei Leonov en de allereerste wandeling in de ruimte.

PUBLIC SERVICE BROADCASTING - E.V.A.

Terug te vinden op Spotify en YouTube.

Ik las Philip Pullman’s His Dark Materials

Ergens in januari ben ik in His Dark Materials van Philip Pullman beginnen lezen. Ergens in mei had ik de drie boeken uitgelezen. Dit mengeling van sci-fi, steampunk, fantasy in een episch verhaal dat opgebouwd is als een Hero’s Journey. Een hele mond vol.

Alles begint met de net te nieuwsgierige en eigenwijze Lyra Belacqua. Ze verblijft op Jordan College in Oxford in een alternatieve realiteit. Per ongeluk verzeild ze in een bezemkast en volgt ze een presentatie van haar nonkel avonturier voor de verzamelde academici. De grote vraag: What is Dust? Daar draaien de volgende 1200 bladzijden rond. Alles daarna is een gigantische oefening in het opbouwen van volledige werelden, epische gevechten en verhaallijnen van verschillende karakters die door en naast elkaar heen lopen.

Philip Pullman haalde zijn inspirate uit John Milton’s Paradise Lost en C.S. Lewis The Lion, The Witch and the Wardrobe. Eigenlijk is His Dark Materials een combinatie van beide verhalen en is het een kritiek op de christelijke elementen die in C.S Lewis’ werk zitten. Pullman draaide daarvoor het verhaal van Paradise Lost volledig om. Jezus en God zijn daarbij de antagonisten, terwijl Satan en zijn dochter Zonde de helden zijn. Pullman schrijft zo op een vernuftige manier een maatschappelijke kritiek waarbij kennis en ervaring tegenover bijgeloof wordt geplaatst.

Los van de vele lagen, is het vooral gewoon een fijne trilogie om te lezen. Ik las het origineel in het Engels. Ik kan alleen maar zeggen dat het een plezier is om het virtuoze taalspel waarmee Pullman de personages en de scenes tot leven brengt, of de wijze waarop hij grote en kleine emoties over brengt, te lezen. Geen stijve taal, geen traag op gang komend verhaal. Je wordt van bij het begin het verhaal gezogen.

Voor velen zijn Lord of the Rings of A Song of Ice and Fire de grote ontdekkingen als het op fictie aan komt. Well, His Dark Materials mag gerust in dat rijtje worden geplaatst. Het is niet alleen een reeks vol verborgen maatschappijkritiek, het is ook nog eens een coming of age verhaal waarin je Lyra mee ziet opgroeien van een onbezonnen en ontwetend kind tot een jong meisje dat haar onschuld en magisch denken gaandeweg inruilt voor een realistische, bitterzoete blik op de wereld en het leven. Alleen al daarvoor vind ik het een aanrader om het eens aan een tiener cadeau te geven.

O ja, het spreekt dat er ondertussen al een aantal verfilmingen zijn. Vergeet The Golden Compass met Nicole Kidman. De BBC doet sinds deze winter een moderne, eigentijdse variant – His Dark Materials – die de moeite waard is.