Over klimmen, mezelf tegen komen en angst overwinnen

Ik heb net mijn eerste klimweekend in de Ardennen achter de rug. Hoe heb ik dat ervaren? Wel, dit was duidelijk iets helemaal anders dan klimmen in de zaal. En jawel, ik ben mezelf, vlugger dan ik had gedacht, onderweg tegen gekomen.

Zaterdagmorgen om 7h stond ik met een rugzak vol klimspullen en een tent klaar om te vertrekken. Een paar uur later verzamelden ik met 6 mede-cursisten en 3 begeleiders onder het massief van Corphalie in een druilerige motregen. Een natte rots is een gladde rots. En dus werd besloten om het weekend te openen met de uitleg die we eerder vorige week in de zaal kregen.

Er werd gekozen voor een stuk rotsplaat waar de relais op een ruime standplaats te vinden is: een stuk gras tussen de rotsen waar je comfortabel met 9 personen kan staan. Hoogte? 15 meter. Niet veel meer dan in de klimzaal. Bovendien was het meer klauteren dan echt verticaal klimmen. De wand zat vol grote spleten en brede richels. Ideaal voor een eerste kennismaking. We begonnen met rappel maar al snel deden we de volledige cyclus onder het waakzame oog van onze begeleiders. Eén man die voor klom tot aan de relais, standplaats opbouwt en dan de na-klimmer zekert tot ook die boven komt en zijn/haar leeflijn inpikt. Dan ombouwen naar rappel en zo terug naar beneden. Het klinkt makkelijker dan het is want er is geen ruimte voor fouten.

Zo passeerde de middag snel. Omhoog en terug naar beneden. Zo goed mogelijk oefenen. Het leek allemaal goed te lukken. Angst? Nah. Niet echt. Zelfs niet bij het voor klimmen ook al zaten de haken waar je jezelf inpikt, op een paar meter van elkaar.

Alles onder de controle

De dag erna zouden naar een ander massief trekken. De begeleiders lieten weten dat het niveau een stuk hoger zou liggen nu. Dat wil zeggen: geen klauteren maar echt klimmen. Het weer zou ook wat beter mee zitten. Na een frisse nacht in een tentje – ik heb beter geslapen dan ik had verwacht – trokken we met het auto konvooi richting Yvoir.

Eenmaal onderaan de rots, wel, dat was even slikken. Ze hadden niet gelogen. Voor mij torenden rotsplaten tientallen meters de lucht in. Granieten reuzen die uitdagend wachten op moedige zielen (of razende gekken) die ze te lijf willen gaan. In de voormiddag werd gekozen voor een stuk wand waar tot 30 à 40 meter zou worden geklommen. Drie routes met aan elke relais een waakzame begeleider. We verdeelden ons in drie cordées.

Al snel stond ik alleen onderaan terwijl ik mijn klimpartner zekerde. Als voorklimmer ging hij eerst. Ondertussen probeerde ik mijn hoofd leeg te maken. Welke moeilijkheidsgraad was dat ook al weer? 4b gelijkgesteld aan 5a? Makkie! Ik wandel 5a zo naar boven in de klimzaal. Dit moet toch wel lukken!

Matthias, départ!

Zo weerklonk het. En toen vatte ik de tocht omhoog aan. Na enkele meters bleek dat dit totaal iets anders was dan in de zaal. Geen gekleurde grepen die je de weg wijzen. Enkel een grijze, koude granieten steen voor je neus met af en toe een uitsparing, een richeltje, spleetjes en kieren en hier en daar een uitstekend blokje. Ik begon sneller te ademen, mijn handen en voeten kregen het koud. Ik voelde hoe mijn benen oncontroleerbaar begonnen trillen. Golven van angst en paniek begonnen door mijn lijf te gieren. Waar ben ik in godsnaam aan begonnen? Er was geen weg terug, ik moest wel naar boven. En dat deed ik ook. Boven pikte ik in op de centrale zekering met mijn leeflijn, volledig buiten adem. Ik stond volledig opgespannen en opgedraaid in mijn gordel. Mijn benen waren pudding. Mijn lijf had het ijskoud.

Na een paar minuten kwam ik er door. Begeleider Yordi deed dat fantastisch en liet mij ombouwen naar rappel. Terug naar beneden komen hield, vreemd genoeg, niks in. De adrenaline verliet mijn lijf en ik genoot van de rit terug naar moeder aarde.

Ook de tweede keer besloot ik na te klimmen op dezelfde route. Deze keer was er afgesproken om mij sec te zekeren. Zo word ik ook gezekerd in de zaal. Het ging een stuk beter. De stukken die ik een uurtje eerder voor het eerst deed herkende ik nu. Ik legde mijn focus op mijn klimmen. Voldoende tijd nemen. Letten op mijn ademhaling. Zoeken naar een goede steun voor mijn voeten om me op te duwen. Met gestrekte armen klimmen en proberen om op mijn volledige handen te klimmen in plaats van mijn vingertippen. Het ging een stuk beter, maar eenmaal boven gierde de adrenaline nog steeds door mijn lijf.

Om jullie een indruk te geven, een filmpje van een andere klimmer op hetzelfde massief:

Tijdens de lunch begon me te dagen dat dit misschien meer is dan waar ik vandaag klaar voor ben.

In de namiddag besloot de groep om l’Aiguille te klimmen. Dat is een licht overhellende rotspunt. Eenmaal op de top rappel je in vrije lucht terug naar beneden. Het kost je wel twee touwlengtes om die top te bereiken. 60 meter in de lucht. Dit was duidelijk nog een trap verder dan in de morgen. De twijfel sloeg nu echt toe. Zelfs als ik na klom, dan zou ik nog moeten voor klimmen om op de top te geraken. Van op de grond zag het er best te doen uit. Het niveau was andermaal 4b dus iets wat ik best wel zou aan kunnen. Ik wilde het er best op wagen.

Andermaal klom ik na. Andermaal arriveerde ik aan de eerste relais met puddingbenen goed 30 meter boven de grond.

Halverweg l’Aiguille, faking confidence

Daarboven kwam ik mezelf echt tegen. De begeleiders zaten zo’n tien meter van ons vandaan. Het kwam er op aan om volledig zelfredzaam te zijn. Ik moest er niet aan twijfelen, hier eindigde de dag voor mij. Ik besloot om via rappel naar beneden te zakken en te wachten tot de groep terug arriveerde langs de andere zijde van de piek. En zelfs toen maakte ik een fout: ik stapte over het touw waardoor mijn prussik verkeerd kwam te liggen. Het was een strijd om in ruwe schokken beneden te geraken.

Angst, teleurstelling en vooral diep onder de indruk. Dit is helemaal niet wat ik ervan had verwacht. In de zaal klim ik op mijn dooie gemak de 12 of 15 meter omhoog. Van angstaanvallen geen sprake terwijl de zwaarkracht in de zaal niet anders werkt dan in de Ardennen.

Wat is er dan mis gelopen?

Wel, ik had geen veilig gevoel. De klimhaken zitten op enkele meters van elkaar. De wind en het afwisselende voorjaarsweer speelden mij parten. Mijn lijf voelde zich absoluut niet comfortabel. En bovenal:

Ik was bang om te vallen.

Plain and simple. Nochtans, wat zou er gebeuren als ik viel? Mijn prefrontale cortex weet dat mijn partner mij zou opvangen en dat de lijnen en het materiaal waar ik aan vast hing tot 22 ton kunnen dragen. Meer zelfs, ik wéét dat dit een moeilijkheidsgraad is die ik zonder vallen kan klimmen. Misschien maak ik wel een lelijke buiteling, maar de kans op lijfelijke schade was – statistische gezien – vrij klein. Alleen weten mijn amygdala dat totaal niet. Mijn reptielenbrein heeft tot nog toe maar enkele stevige valpartijen mogen ervaren. Bovendien was dat stukje brein totaal uit haar comfortzone. Ik weet eigenlijk niet wat ik mag verwachten bij een iets stevigere val, laat staan wat dat dan inhoudt op rots als je vanaf 25 hoog een 5-tal meter naar beneden dondert.

Voor de niet geïnitieerden. Dit is een voorklimmersval.

Als ik dus op rots wil leren klimmen, dan moet ik leren om uit mijn comfortzone te geraken. En daarvoor moet ik dus de zaal in om voor te klimmen en te vallen. Veel te vallen. Telkens een beetje hoger en meer. En ook veel minder hard gezekerd klimmen. Op een mou in plaats van sec touw klimmen. Leren omgaan met het onvoorspelbare van een val. Leren betrouwen op mijn materiaal. Nog meer leren betrouwen in mijn eigen klimvaardigheid.

Ik ben ook gaan beseffen dat klimmen een ultieme oefening in mindfulness is. Er is geen ruimte om aan andere dingen te denken, laat staan wat er zou kunnen gebeuren. Het komt er op neer om te leren je focus te leggen op de volgende beweging die je moet maken en de rest mentaal te blokkeren. Als het er niet van nature in zit, dan is het iets dat slechts met oefening komt.

De hamvraag is natuurlijk: hoe zit het nu met de rest van de cursus? Wel, het is heel simpel. Als ik niet over mijn angst geraak, haal ik het brevet niet. Het volgende klimweekend is gepland eind Mei. Of ik er dan klaar voor zal zijn? Wel, dat zijn vier korte weken. Ik durf het zo meteen niet te zeggen. Ik ga mezelf voldoende tijd moeten gunnen. Het laatste wat ik ga doen is mezelf forceren. Het moet uiteindelijk wel veilig én plezierig blijven, en dat is nu helemaal niet het geval. Het brevet is eigenlijk het laatste waar ik momenteel aan denk.

*

***

Jaren geleden, in 2005 of zo, moest ik voor het eerst in mijn professionele carrière spreken voor een publiek. Een korte lezing van een 45 minuten over audiovisueel archief digitaliseren aan de VUB. Ik had in de week voordien gierende rolzenuwen. Ik herinner me nog levendig hoe ik vlak voor ik het podium op moest, nog dringend het toilet moest bezoeken. En ik herinner mij nog levendig de blackout die ik had na goed twintig minuten. Toen telde ik tot tien, ademde ik diep in en kwam ik terug tot mezelf. Achteraf bleek ik dat goed te hebben gedaan.

Dik 12 jaar later heb ik reeds ettelijke malen in binnen- en buitenland lezingen en presentaties gegeven en meerdaagse trainingen geleid. Soms voor een groep van nauwelijks 7 man, maar even goed voor een publiek van +100 mensen.

Ondertussen vind ik spreken voor een publiek fijn om te doen. Topic kiezen, de voorbereiding, slides en een demo opstellen, een presentatie vlot en binnen de toegemeten tijd geven: dat lukt allemaal heel vlotjes. De tijd dat ik met een ei in mijn broek het podium betreed heb ik al lang achter mij gelaten. Mijn laatste acte de présences had ik rond de jaarwissel. Eerst op een eigen studiedag en een dikke maand later op de Brussels Art Fair op vraag van de Koning Boudewijnstichting. En  Had ik schrik? Geen moment eigenlijk. Eenmaal vooraan concentreer ik mij niet op het publiek. Ik ben zelfs helemaal niet bezig met wat ze denken. Het enige waar ik mee bezig ben is het afwerken van de inhoud die ik heb voorbereid.

Wat ik vooral geleerd heb is dat voorbereiding en ervaring de sleutel zijn. Door veel te spreken ben ik me gaandeweg comfortabel beginnen voelen en is de angst grotendeels verdwenen. Ik heb geen vast script met een uitgetypte tekst. Ik hou het op een spiekbriefje met enkele bullets en de woorden volgen van zelf. Dat laat me toe om af te wijken, te variëren in snelheid of meer of minder technisch te spreken.

En net zoals leren spreken voor een volle zaal moet ik nu ook leren om comfortabel te klimmen en te betrouwen dat het materiaal en mijn klimpartner hun werk zullen doen.

Passengers, Rearranged

Aan het begin van dit jaar ging ik naar Passengers kijken in de bioscoop. Ik was niet zo enthousiast over deze film. Het zag er allemaal wel gelekt uit, maar het plot was fundamenteel los zand. De mogelijke richtingen waarin de verhaallijn zich kon ontwikkelen, waren bijzonder beperkt. Nog voor goed en wel gestart, had je al een goed idee in welke richting de film zich zou slepen. Een gemiste kans, want met de premise kon veel meer worden gedaan.

Gelukkig is er op YouTube The Nerdwriter. In zijn laatste upload dissecteert hij het plot. Met een paar ingrepen weet hij van Passengers opeens een heel andere film te maken.

Inderdaad, het was eigenlijk een no-brainer om het verhaal vanuit het perspectief van Aurora te vertellen in plaats van Jim. Het vraagt misschien meer mentale energie van de gemiddelde bioscoopbezoeker maar de beloning is des te groter wanneer je door krijgt hoe de vork in de steel zit. Anderzijds, dit is een big budget film. Vanuit commercieel oogpunt is een stuk logischer om voor de zeemzoete optie te kiezen als je daarmee beter kan scoren aan de box office.

Klimmen op rotsen

Kickoff van de cursus KVB3! Ik maak deel uit van een kleine groep dappere klimmers die uit de zaal willen breken. Gisterenavond ondergingen we onze eerste les. We bouwen verder op wat we in de cursus KVB1 & 2 leerden. Op rots combineren we straks immers voor én na-klimmen. Wat ik onder andere onthouden heb:

  • Om een relais op te bouwen heb je toch 5 schroefkarabiners nodig.
  • Aan de relais zeker je jezelf met een volle mastworp.
  • Met een reverso zeker je je partner terwijl die na klimt.
  • Eenmaal boven bouw je om zodat naar beneden kan abseilen (rapel).
  • Je bent bij rapel dubbel gezekerd: via je je reverso én via een prusik.
  • Oefenen, oefenen, oefenen om alle handelingen onder de knie te krijgen.
  • Steenslag. Steenslag overal en altijd. Dus: Helm!
  • Lunchen doe je uiteraard niet aan de voet van de rotsen.
  • Je bent buiten. in de Great Outdoors. Dat is iets helemaal anders dan in de zaal.

Dit weekend zitten we in Corphalie en bivakkeren we in Ferme de  Ronchinne. Jawel. In tentjes. Hopelijk zit het weer een beetje mee en wordt het toch nog net iets warmer dan de laatste dagen. Ik heb alvast een warme klimbroek aangeschaft.

16 personalities

Persoonlijkheidstesten vind je in overvloed op de Interwebs en de social media’s. In de begindagen van Facebook waren ze zelfs schering en inslag. Vandaag verzeilde ik op 16personalities.com en was ik meteen geïntrigeerd. Deze test classificeert je aan één van 16 persoonlijkheidstypes – Architect, Mediator, Executive, Entrepreneur,… – en geeft je een mooi beschrijving van je type op verschillende vlakken.

Het geheel ziet er speels uit, maar het onderliggende model is wetenschappelijk opgebouwd. Het is een combinatie van verschillende psychologische theorieën zoals Jungs’ karaktereigenschappen, Myers-Briggs Type Indicator en de Big Five Personality Traits. Het is dus zeker geen test die je domweg vertelt of je “introvert” dan wel “extravert” bent. Het resultaat vertelt je ook of je meer op je intuïtie of op je zintuigen afgaat, hoe avontuurlijk je bent, of je meer met de voeten op de grond staat dan wel met je hoofd in wolken zit.

Wat mijn type is wel? *cue drumroll* Ik ben een INFP-T “Mediator”.  De INFP-T staat voor “Introverted – Intuitive – Feeling – Prospective – Turbulent”. Welja.

Mediator personalities are true idealists, always looking for the hint of good in even the worst of people and events, searching for ways to make things better. While they may be perceived as calm, reserved, or even shy, Mediators have an inner flame and passion that can truly shine. Comprising just 4% of the population, the risk of feeling misunderstood is unfortunately high for the Mediator personality type – but when they find like-minded people to spend their time with, the harmony they feel will be a fountain of joy and inspiration.

Yup. Dat klopt zo in grote lijnen ongeveer wel. Wat mij enigszins in het oog springt is dat ik blijkbaar een Zeldzaam Specimen ben. Okay dan.

Being a part of the Diplomat Role group, Mediators are guided by their principles, rather than by logic (Analysts), excitement (Explorers), or practicality (Sentinels). When deciding how to move forward, they will look to honor, beauty, morality and virtue – Mediators are led by the purity of their intent, not rewards and punishments. People who share the Mediator personality type are proud of this quality, and rightly so, but not everyone understands the drive behind these feelings, and it can lead to isolation.

Ik ben niet de man van de dogma’s, maar ik ben evenmin een zuivere pragmaticus. Ik vind dat de waarheid voor mezelf ergens in het midden ligt.

At their best, these qualities enable Mediators to communicate deeply with others, easily speaking in metaphors and parables, and understanding and creating symbols to share their ideas. Fantasy worlds in particular fascinate Mediators, more than any other personality type. The strength of their visionary communication style lends itself well to creative works, and it comes as no surprise that many famous Mediators are poets, writers and actors. Understanding themselves and their place in the world is important to Mediators, and they explore these ideas by projecting themselves into their work.

Spot on! Volgens Marjan ben ik een beelddenker. Dat betekent dat ik graag met beeldtaal uitdruk. Creatief schrijven vind ik heel leuk om te doen, maar ik geef mezelf dan weer te weinig ruimte om daar in te groeien. Nochtans weet ik dat er een pak meer in zit. Voorlopig hou ik het op lezen. Veel lezen. Maar de kriebel om zelf verhalen uit te werken, die is er wel degelijk.

If they are not careful, Mediators can lose themselves in their quest for good and neglect the day-to-day upkeep that life demands. Mediators often drift into deep thought, enjoying contemplating the hypothetical and the philosophical more than any other personality type. Left unchecked, Mediators may start to lose touch, withdrawing into “hermit mode”, and it can take a great deal of energy from their friends or partner to bring them back to the real world.

Jawel. Daarheen en weer terug. Heel herkenbaar. Ik vind het fantastisch om makkelijk in brede verbanden na te kunnen denken, maar dat heeft ook zijn nadelen. Met het ouder worden ben ik een stuk zelfbewuster geworden. Dat helpt enorm om de voetjes op de grond te houden wanneer het nodig is. Maar het blijft altijd wel een oefening.

Luckily, like the flowers in spring, Mediator’s affection, creativity, altruism and idealism will always come back, rewarding them and those they love perhaps not with logic and utility, but with a world view that inspires compassion, kindness and beauty wherever they go.

Welja, daar ga ik nu zelf eens geen commentaar op geven. Dat laat ik over aan zij die mij kennen. In ieder geval. Ik deel het pantheon met figuren zoals J.R.R. Tolkien, Johnny Depp, Alicia Keys en Björk.

Leuke test? Absoluut! Laat niet na om zelf ook eens te proberen!

40 dagen bloggen

*tjirp tjirp tjirp tumbleweed*

Ouch. 40 dagen lang elke dag bloggen: ik stel vast dat mij dat niet is gelukt. Lig ik daar wakker van? Goh. Neen. Niet echt. Ik verkoos om aan andere dingen in mijn leven prioriteit te geven. Life as it happens. Was ik er mij van bewust dat ik niet blogde? Ja. Absoluut. Bewust leven is bewust kiezen om iets te doen of niet te doen. Ik vind het al een grote stap om te beseffen dat ik veel minder blogde, en ook waarom ik veel minder blogde dan ik had verwacht.

Het is niet omdat ik niet dat blog dat ik niet schrijf. Integendeel. Zo schreef ik, onder andere, in maart een essay als antwoord op Merette Sanderhoff’s Open Access Can Never Be Bad News. Ik heb dat stuk bewust niet gepubliceerd voor de paasvakantie. Het vraagt nog wat inhoudelijk schaafwerk. Door er even tussen uit te zijn geweest, kan ik met een frisse geest mijn eigen werk redigeren. Reculer pour mieux sauter.

Tot zover de apologetiek. We blijven proberen.

The Subtle Art of Not Giving a F*ck

Ik vermijd boeken en blogposts in de categorie self-improvement. Mijn sceptische kantje houdt niet van al te eenvoudige zen-platitudes over het leven, list-icles die je via tien bullet points omtoveren in een nieuwe mens of goeroe’s die bezweren hoe je je werkelijke potentieel kan aanboren.

Voor Mark Manson maak ik een uitzondering. Met The Subtle Art of Not Giving a F*ck benadert hij het leven vanuit een heel andere hoek. Ons leven duurt maar zo lang, dus de kunst bestaat er in om de belangrijke van de minder belangrijke zaken te onderscheiden. En de enige manier om dat te doen is om de harde waarheid te erkennen: dat we verantwoordelijkheid moeten durven opnemen voor de keuzes die we maken in plaats van excuses te zoeken die buiten onszelf liggen. Immers, we maken ons nogal snel druk over onbenulligheden terwijl we de diepe persoonlijke vraagstukken vakkundig uit de weg gaan omdat ze ons bang maken, dwingen om risico te nemen of ons confronteren met kanten van ons die we liever niet willen zien. Waar Manson zich in onderscheidt is dat hij die keuzes niet verbindt aan de maakbaarheid van de realiteit. Dat laatste is wat hem betreft een illusie. Elke keuze leidt naar een andere keuze, bevat wel potentieel maar is zeker geen belofte. De kunst bestaat er in om te leven volgens onze eigen authentieke zelf en niet zoals anderen ons zien.

Manson is een prille dertiger die met zijn boek de gemiddelde Millennial – en bij uitbreiding de gehele mensheid – een trap onder de kont wil geven. En dat doet hij met verve. Zijn schrijfstijl is hard en zeer rechttoe rechtaan maar de inhoud is altijd empathisch. Het mooie is dat ik mij vaak ongemakkelijk voelde, juist omdat hij naar mijn gevoel boenk erop zit en de juiste dingen schrijft. Hij laat bijvoorbeeld geen spaander heel van dynamiek waarmee we onszelf dagelijks saboteren. Of hij beschrijft feilloos hoe we nogal makkelijk de schuld van ellende bij anderen leggen in plaats van in eigen boezem te kijken.

Wanneer je wat tussen de lijnen leest, dan merk je wel dat hij geen nieuwe dingen vertelt. Het zijn stuk voor stuk universele wijsheden waar hij naar terug grijpt. Sommige dingen had je moeder je even goed kunnen vertellen, andere elementen vind je dan weer terug in de Oosterse tradities. Manson haalt het allemaal door de gehaktmolen en schrijft zijn eigen interpretatie in zijn eigen woorden. Sommige lezers stoot hij daarmee voor het hoofd.

Het is een boek dat zeker aan het denken zet. Het heeft alvast mij aan het denken gezet. En daarom kan ik het alleen maar aanraden. Een ander mens zal je er misschien niet meteen van worden, maar het kan je wel enorm helpen om beter te begrijpen hoe je zelf en anderen in mekaar steken.

Bestel The Subtle Art of Not Giving a F*ck hier.

Wat steekt erin mijn rugzak?

Wat zit er momenteel allemaal in je handtas (of manbag/rugzak voor de heren)?

rugzak

Ik heb twee rugzakken van Lowe Alpine die ik zo’n beetje afwisselend gebruik. Maar wat sleur ik allemaal mee?

We zien op de foto:

  • Een regenbroek. Komt van pas op de fiets.
  • Een nota boekje en 3 stylo’s
  • Mijn Plattan Urbanears
  • Een Macbook Pro en bijhorende adapter
  • Sennheiser CX200 oortjes.
  • Een Western Digital harde schijf waarop ik 1 terrabyte kwijt kan.
  • Een Thunderbolt-naar-VGA adapter. Om presentaties op locatie te geven.
  • Een Thunderbolt-naar-Ethernet adapter. Om netwerkkabels op mijn laptop te kunnen aansluiten. Awoert Apple!
  • Een micro-USB kabeltje om mijn GSM op aan te sluiten.

Verder ook nog twee accessoires die ik altijd bij heb

  • Mijn portefeuille (duh) vol bank- en andere kaarten.
  • Mijn Laco Aachen uurwerk.

Ik denk dat er niet al te veel verrassingen tussen zullen zitten voor de digitale medemens. Hoe zit het bij u?

Mijn job als: data conservator

Welke job doe je? En wat houdt die precies in?

Ik werk sinds twee jaar voor de Vlaamse Kunstcollectie. Ik werk dus voor de Vlaamse musea voor Schone Kunsten. Een data conservator is een digitale expert die binnen de muren van de musea opereert. Het betekent dat ik adviezen lever, digitale projecten trek of begeleid, directe ondersteuning bied aan mijn collega’s voor hun digitale vragen en bij houd wat er op (inter)nationaal vlak beweegt. Inhoudelijk schipper ik tussen harde technische vraagstukken, informatie architectuur, auteursrecht en naburige rechten, aanbestedingen, on line communicatie en project management. Heel wat dus eigenlijk feitelijk. En dat maakt het meer dan boeiend.

In de titel steekt het woord ‘data’. De ‘grondstof’ waarmee ik werk zijn gegevens die musea registreren over hun collecties. Van elk object houdt een museum een gedetailleerde digitale steekkaart bij. Daarin vind je niet alleen inhoudelijke aspecten, maar ook administratieve of materiaal-technische details bij. Denk maar aan restauraties, tentoonstellingen, bruiklenen,…  Natuurlijk betekent dat ook dat musea allerlei software inzetten om die digitale informatie te beheren en operationeel in te zetten. Mijn job bestaat er in om mee uit te werken hoe dat op een efficiënte wijze kan gebeuren.

Het grootste deel van mijn tijd gaat naar de bouw van een digitaal platform om registratiegegevens makkelijker te verzamelen en geautomatiseerd uit te wisselen. Een zeer interessant project want er komt nogal wat creatief denkwerk bij kijken. Het is niet het enige project waar ik in betrokken ben. Een ander is de publicatie van kunsthistorische gegevens als Linked Open Data op Wikidata. De gestructureerde basisregistratie van 30.000 kunstwerken werd on line geplaatst. In het voorbije jaar lanceerden we ook een nieuwe website over Abstract Modernisme. Je vindt er 774 abstract moderne werken van 43 artiesten bewaard in 9 instellingen terug.

Zoom je uit, dan vind je mij terug in het werkveld van de Digital Humanities. Dit veld past nieuwe digitale methodologieën toe om kennis uit verschillende domeinen – kunstgeschiedenis, geschiedenis, literatuur, sociale studies, archeologie, antropologie,… – te kruisen met elkaar. Zo kan men tot nieuwe inzichten komen, of erfgoed op nieuwe manieren ontsluiten voor een breed publiek. Het is een vrij jong veld en de digitale revolutie zorgt er dan ook voor dat er heel wat beweegt.

En hoe zit het bij jullie? Welke job doe jij?

Achter de schermen: mijn werkplek

Ouch. 40 dagen bloggen. Blijkbaar passeren er meer dagen tussen blogposts, voor ik er erg in heb. Woeps! Wel. Deze vraag wilde ik wel al even beantwoorden.

Waar blog je? Toon ons je werkplek!

Werkplek

Dit is de situatie deze middag. Een beetje duister, wat rommelig en eigenlijk is dat ook onderdeel van het verhaal. Wegens acuut plaatsgebrek hebben we een bureau in een benepen hoek achteraan ons appartement geïnstalleerd. Bovendien is het een ruimte waar het tijdens de donkere dagen niet al te warm of gezellig zitten is. Mijn tijd achter het scherm breng ik dus eerder door in mijn Poang zetel in de living. Of, zoals nu, aan de keukentafel.

In ons nieuwe huis is er een echt volwaardige bureauruimte die we ook proper gaan inrichten. U begrijpt dat ik daar hard naar uitkijk. Al was het maar omdat ik sinds jaar en dag verlekkerd snuister door /r/battlestations en Room Tour Project van RandomFrankP volg.

Wat zien we op de foto?

Er staan twee computers. Een Macbook pro waar ik op aan het programmeren was. En een desktop / gaming PC die ik vorig jaar bouwde. Van die laatste daar heb ik op Tweakers een build log (inclusief foto’s van de bouw) gegooid. Jammer genoeg gebruik ik dat toestel minder vaak dan ik had gedacht. Wat ik wél gebruik is de Dell Ultrasharp U2515H Zwart beeldscherm. Superaanschaf was dat. Heel veel kwaliteit voor een eerlijke prijs. Ik heb exact hetzelfde op het werk besteld wegens zo tevreden.

Je ziet ook twee toetsenborden. Het eerste is ye olde Apple keyboard. Je kan veel beweren over Apple tegenwoordig, maar hun toetsenborden die gaan best wel lang mee. Het achterste toetsenbord is een Cooler Master QuickFire Rapid-I. Dat is een pur sang degelijk, lekker zwaar, mechanisch toetsenbord met een voldoening gevend klakker-de-klak wanneer je vlotjes over de toetsen heen gaat. Met dank aan /r/mechanicalkeyboards waar nog meer van dat soort hebbedingen te vinden is. De muis is een Logitech MX500, een model dat ik al dik 10 jaar bezig.

Verder zie je ook een Blue Snowball microfoon. Af en toe gebruik ik die om een geluidsopname of een screencast te maken. Goeie kwaliteit tegen lage prijs.

Last but not least staat er op de foto ook een Schatkist vol Geluk. 52 kaarten met tips & uitdagingen voor elke week van het jaar. Nog een challenge die op mij ligt te wachten.

Peter Pan: Het Echte Verhaal

We hadden een hele poos geleden via via tickets geboekt voor de musical Peter Pan: Het Echte Verhaal. Geen mega-productie in Antwerpen, wel een zeer fijne voorstelling van het Nationaal Jeugd Musical Theater in het Scheldetheater in Terneuzen.

We genoten dik twee uur van de exploten van Peter Pan, Wendy, Thomas, Michael, de Lost Boys en zoveel meer. Ik was alvast van A tot Z mee met de gehele voorstelling.

Deed me meteen denken aan Steven Spielbergs’ Hook. Ah, Robin Williams, je wordt gemist! Enkele dagen geleden deed de jongste van de originele Lost Boys nog een AMA op Reddit. Hij verhaalde een paar leuke anecdotes over de productie.

En natuurlijk was er ook Tick Tock. Shame on you! Upsetting the Captain! Jawel, jawel!